Protocol openstelling kerken De Twaalf Apostelen

Vanaf zaterdag 04 juli gaan we weer vieren in alle kerken volgens de RIVM richtlijnen en tevens een nieuw vieringenschema.
Iedere zondag een viering om 11:00 uur in de H. Antonius Abtkerk te Wijchen en de H. Antonius Abtkerk te Overasselt.
In de H. Judocuskerk te Hernen vieren we in de even weken op zaterdag om 19:00 uur en in de oneven weken op zondag om 11.00 uur. Tijdens het kapelbergseizoen vieren we iedere zaterdag om 19:00 uur op de Kapelberg te Bergharen.
In de overige kerken is er eens per twee weken een viering. Houdt hiervoor de kerkberichten in De Wegwijs, Apostelbode of website in de gaten.

Indien u een van onderstaande vragen met JA moet beantwoorden, is het niet mogelijk om een viering live bij te wonen.
U kunt de viering altijd via ons YouTube kanaal "Antonius Abt Wijchen" volgen op zondag om 11.00 uur.

1. Heeft u een of meerdere klachten in de afgelopen 24 uur gehad zoals:
• Hoesten (anders dan u gewend bent)
• Benauwdheid (anders dan u gewend bent)
• Verkoudheidsklachten
• Verhoging of koorts boven de 37,5°C
• Reuk- en/of smaakverlies
• Diarree
2. Heeft u op dit moment een huisgenoot met koorts en/of nieuwe benauwdheidsklachten?
3. Heeft u het nieuwe coronavirus gehad en is dit de afgelopen zeven dagen vastgesteld (in een lab)?
4. Heeft u een huisgenoot /gezinslid met het nieuwe coronavirus
en heeft u in de afgelopen 14 dagen contact met hem/haar gehad terwijl hij/zij nog klachten had?
5. Bent u in quarantaine, omdat u direct contact hebt gehad met iemand waarbij het nieuwe coronavirus is vastgesteld?

Voor de viering in de H. Antonius Abtkerk te Wijchen is aanmelden verplicht!
U kunt bellen met (024) 6412627 of mailen naar aanmelding@detwaalfapostelen.nl in de week voorafgaand de viering.

Om alles rondom deze vieringen in goede banen te leiden, is er een protocol opgesteld. Dat vindt u hier. We verzoeken allen zich hieraan te houden.

U kunt ook altijd de livestream bekijken vanuit de H. Antonius Abtkerk te Wijchen via YouTube of onze website.


Het is God zélf…

Onderstaande column is een bewerking van de overweging die ik heb gehouden tijdens de eerste zondag in de Vastentijd (29 februari en 1 maart 2020).
 
God zélf heeft de boom in het paradijs geplant en verleidelijk gemaakt.
God zélf heeft de slang gemaakt.
Misschien was het Gods bedoeling, dat de mens van de verboden vrucht zou gaan eten, om voortaan de aarde te gaan bewerken…

Misschien is het klassieke verhaal van ‘de zondeval’ daarom een verhaal van ‘Gods zorg voor de hele schepping’?

Wie het weet mag het zeggen.

Als pastoraal werker ga ik regelmatig om met Schriftteksten. Het is mijn werk en leven. Het valt me op dat de woorden ‘zoals ze in de Bijbel staan geschreven’ mij regelmatig meenemen en tot nadenken stemmen. Zo kwam ik bij het tweede scheppingsverhaal – waar we vandaag een stukje uit lazen: weet u trouwens dat er twee scheppingsverhalen zijn? Eén waarin God in zes dagen alles-wat-leeft schept, en één waarin God de mens boetseert van klei, van aarde…

Waar het mij nu om gaat: het tweede scheppingsverhaal is voor mij, de afgelopen pakweg twintig jaar, een nabij verhaal geworden. Omdat ik ging zien dat wáár is wat er geschreven staat. Ik ging zien dat wij mensen aards zijn:
mensen zijn tot grootste daden in staat – soms bijna Goddelijk. Tegelijkertijd zijn wij niet meer dan korrels zand, want door God geboetseerd en van veel zorg en hulp afhankelijk…

De aardling ‘mens’ wordt een levende, doordat God de mens adem inblaast. Zo is de mens via het aardse met God verbonden. En zo wordt duidelijk dat de mens uit twee gezindten bestaat: aards en goddelijk. Twee gezindten, waardoor de mens levenslang voor keuzes wordt gesteld. Keuzes van goed en kwaad. Zo wordt leven als mens, een gave Gods én een opgave ten leven.

Vanuit zijn oorsprong staat de mens op aarde dus in een soort van verbindingsrol, op het snijvlak van het goede doen en het kwade nalaten…

De mens heet Adam (Adam = mens = ‘vrouw en man’ en voor tegenwoordig: mens staat dus ook voor allerlei varianten, die in onze tijd veel discussie over geaardheid opleveren).
‘Mens’ is geen eigennaam, maar een aanduiding van de ‘grondstof’ waaruit we gemaakt zijn: aarde. In de grondtekst van de Bijbel vindt hier een woordspel plaats tussen Adema (aarde) en Adam (mens).

De mens is dus een soort van verbindingsfiguur, op het snijvlak van het goede doen en het kwade nalaten…

En in onze gedeelde geloofstraditie is de voorbeeldige verbindingsfiguur bij uitstek: Jezus.

In het evangelie van vandaag wordt Jezus tot drie keer toe op de proef gesteld: ‘Als jij de zoon van God bent… zeg dan… spring dan… aanbidt mij dan…’

Hier, aan het begin van zijn loopbaan, wordt Jezus voor keuzes gesteld… en dezelfde vragen komen later terug aan het kruis: ‘Als jij de zoon van God bent… kom dan van het kruis af… red dan jezelf’

Jezus als de verbindingsfiguur bij uitstek. Gezonden door God, beproefd door het kwaad. Hoe zit dat met ons, mensen die hem min of meer proberen na te volgen?

Hoe staan wij als aardling in ons mens-zijn – uit een homp klei geboetseerd, waar God levensadem in heeft geblazen?
Of zijn we het besef van ‘geschapen-zijn’, als gemeenschap van gelovigen, langzaam aan het kwijtraken en geloven we het wel?

We bidden het straks weer, het Onze Vader. De passage die naadloos bij de Schriftteksten van vandaag past is het eind: en breng ons niet in beproeving
maar verlos ons van het kwade. Een treffende bede, om onze last in het leven in Godsnaam niet zwaarder te laten zijn dan we aankunnen.

Staan wij op onze dagelijkse levensweg echt in die lijn God – mens – schepping?

Hoe gaan wíj ermee om, als we op de proef worden gesteld zoals Jezus?

Durven wij een krachtig geluid af te geven, overal daar waar we zien dat het kwaad corrumpeert op het goed?

Als we dat echt willen, is het belangrijk om mee te trekken met de verhalen in de veertigdagentijd. Meeluisteren met de traditie en je afvragen wat die traditie te zeggen heeft over jouw leven en over ons gedeelde leven.

Schriftteksten gaan nooit alleen over toen, lang geleden. Ze handelen juist over het belang van toen voor nu. Daar zit de kracht van geloof. Amen.

Pastoraal werker Jack Steeghs

Cultuurkatholicisme

Ja, dit wordt een gevaarlijke column. Want ze raakt de kern… niet. De kern is er namelijk niet, in het cultureel verpakte katholicisme zoals ik dat veel om me heen zie. En dat is nou precies het probleem. Want, wat dragen we met het cultuurkatholicisme over? Cultuur? Of een bepaalde manier van geloven? Of een beetje van allebei?

Als diaconaal opbouwwerker kan ik niet anders dan in het oog houden wat we in parochie De Twaalf Apostelen nu feitelijk doen, in relatie tot wie we daarmee bereiken, gericht op waar dit op elkaar inwerkende complexe samenspel toe leidt – waarbij elke geloofsgemeenschap een waardevolle eigen cultuur kent! En dan kan ik vanuit de recente geschiedenis van katholieken in ons land niet anders concluderen dan: zorgelijk.

‘Doe maar goede waarden en normen pastor, dan geven we onze kinderen het beste mee’. Ik hoor dit veel van ouders. Teveel, als je het mij vraagt. Want als er een ding duidelijk is dan is het katholieke geloof in eerste instantie een beproefd ‘recept’ om met het leven om te kunnen gaan. Daar komen uiteraard waarden en normen bij kijken. Maar dat is niet waar het in eerste instantie om gaat. Waar dan wel om? Om meedoen! Meedoen met ons en gericht op God, op de manier die bij jou past. Ongeacht je leeftijd en je staat van leven. Vanuit dat meedoen kun je in geloof gevonden worden. En daar word je een beter mens van.

Meedoen is niet een beetje van dit en een beetje van dat. Meedoen is kiezen voor een gemeenschap en je daarmee verbonden weten. Meedoen dat alleen maar gericht is op de jaarlijkse Kerstviering is voor het in stand houden van de gemeenschap te weinig. Als we doorgaan zoals nu daalt de kritische massa, waar vanuit de gemeenschap van gelovigen uitnodigend naar anderen kan zijn, tot onder een bepaald punt waardoor al wat ‘katholiek’ is opgaat in cultuur. Wat daar het probleem mee is? Dat de geloofsgemeenschap daarmee haar blijmoedig verpakte kritische vermogen verliest. Dat daarmee een eeuwenlange omgang van mensen met vraagstukken, die in de actualiteit vaak terugkeren, verloren gaat. Vragen naar doel, zin en betekenis in het leven zijn nooit louter individuele aangelegenheden. Daar heb je een geloofsgemeenschap voor nodig. In de regio Nijmegen is die manier van geloven zonder katholicisme ondenkbaar maar zeer waarschijnlijk de toekomstige realiteit, als we doorgaan op de vertrouwde voet. Daarom: ga nu met ons jouw weg!

Pastoraal werker Jack Steeghs.

De enige Bijbel

Het is al weer een paar maanden geleden dat ik van een Oostenrijkse kennis een prachtige column kreeg. Al die tijd heeft hij op mijn bureau gelegen, wachtend om vertaald te worden. Mij zetten de onderstaande woorden erg aan het denken en ik hoop dat ze ook u zullen raken. Van de auteur weet ik dat ze haar gedachten graag met anderen deelt, terwijl ze zelf liever op de achtergrond blijft. Desalniettemin: Magdalena, bedankt dat we jouw woorden aan andere mensen door mogen geven!

pastor Andreas.

 

Jaren geleden las ik op Tumblr precies deze zin. Hij sloeg bij mij in als een bom. Tot op de dag van vandaag laat hij mij niet los en telkens weer duikt hij op in mijn gedachten.

Ik denk eraan als ik onderweg ben in Wenen en met mijzelf de innerlijke strijd voer of ik voor het eten – en terwijl iedereen het ziet – wel een kruisteken moet maken.

Ik denk eraan als een ogenschijnlijk dakloze man in de bus onwel wordt – sommige omstanders schieten te hulp, sommige ook niet.

Ik denk eraan wanneer een theologieprofessor bij een cursus, waaraan talrijke studenten van andere studierichtingen deelnemen, geen enkel positief woord over de Kerk vindt en zich afzet tegen de leer van de Kerk.

Jij bent de enige Bijbel die veel mensen ooit zullen lezen.

In je manier van spreken en doen leg je getuigenis af over wat je gelooft – of van Degene in wie je gelooft. Ook een ontbrekend woord, dat gepast zou zijn maar achterwege wordt gelaten, of een verontschuldiging of een broederlijke vermaning getuigen ergens van.

Jij bent de enige Bijbel die veel mensen ooit zullen lezen. Voor veel mensen ben juist jij de weg om God te leren kennen en om het verlangen naar Hem te wekken.

Wij dienen een God die de liefde is, die de gerechtigheid is, die de barmhartigheid is, die de waarheid en die het leven is. Juist daarvan moet heel ons wezen doortrokken zijn, zodat alles in ons leven een verwijzing is naar Degene die alles voor ons gaf.

Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Misschien dat een citaat, dat vaak aan Tolkien wordt toegeschreven, hier kan helpen: ‘Little by little one travels far.’ Het zal niet van vandaag op morgen lukken om Gods eigenschappen te weerspiegelen. Het is een levensopdracht die een God nodig heeft die jou vormt. En het is een opdracht waarbij jij je door God laat vormen om jouw bijdrage te kunnen leveren. Kleine dingen – zoals een zacht gefluisterd ‘Het spijt me’, een luisterend oor terwijl jezelf je handen vol hebt of een uitgestoken hand om een ander mens weer overeind te helpen – helpen om je hart te openen en om gevormd te worden, zodat God dóór jou voor andere mensen zichtbaar kan worden.

Laat je daarom door God vormen en ga de weg naar een hart dat met het Hart van God in hetzelfde ritme slaat, want voor velen ben jij de enige Bijbel die ze ooit zullen lezen!

Enkele gedachten bij een gedicht

In december

Dag schone dienstmaagd van de Heer.
Keer op keer
hoor ik weer alsof ik het nooit eerder heb gehoord:
‘Mij geschiede naar uw Woord.’

En dan maar wachten al die lange dagen
tot Hij komt, en dromen dragen door de duistere tijd
totdat ze eindelijk zijn uitgerijpt:
van machtigen die vallen van hun tronen
en armen en verdrukten die in vreugde mogen wonen.

Of is het wachten soms op mij,
totdat ik uitgedroomd ben en ontwaak?
Ach Heer, omring mij met uw engelenscharen
en wil in mij het Licht dan baren.
                                                        - Hein Stufkens

Dit prachtige gedicht van Hein Stufkens is als een drieluik zoals je dit in oude kathedralen kunt vinden. Met goedgekozen woorden en zorgvuldig eindrijm schildert de auteur het mysterie van de Menswording van Jezus. Het gedicht vraagt door zijn vorm om tenminste enkele keren te worden gelezen, het liefst hardop en met de Bijbel ernaast. Gaandeweg dring je dan door in de diepe rijkdom van deze tekst.

I.    De Aankondiging

Het eerste luik neemt ons mee naar het Lucasevangelie. De jonge Myriam – wij kennen haar als Maria – wordt in haar huis in Nazareth bezocht door een engel van de HEER (Lc. 1,26-38). Het bezoek overweldigt haar en nog meer wordt ze geraakt door de boodschap die de engel haar komt brengen. Ze verzet zich aanvankelijk tegen Gods plannen en gaat met woorden een gevecht aan met de engel. Uiteindelijk geeft ze zich gewonnen en geeft haar fiat: ‘Zie de dienstmaagd van de HEER, mij geschiede naar Uw Woord’.

In deze eerste strofe van het gedicht richt de auteur zich eigenlijk tot Maria, de ‘dienstmaagd van HEER’ en hij verbaast zich er min of meer over dat hij die woorden van Maria telkens weer hoort alsof ze helemaal nieuw zijn. Zo’n ontwapenend antwoord op een overrompelende vraag, die notabene ook nog eens van een engel komt, blijft als het ware een verbazingwekkend geheim.

II.   Het bezoek

Het tweede luik neemt ons mee op reis naar het bergland van Judea, naar een stadje met de naam Ein Karem. Het is de woonplaats van Zacharias en Elisabeth (Lc. 39-56). Terwijl Maria haar kindje draagt en wacht op zijn geboorte, droomt ze tegelijkertijd van een beloofde toekomst. Machtigen vallen van hun tronen en arme mensen en verdrukten worden opgericht. Dit is niet alleen de echo van een belofte bij de profeet Jesaja (Jes. 26,1-6), maar het zijn ook de woorden die Maria zelf uitjubelt in haar Magnificat bij de ontmoeting met haar nicht Elisabeth.

De droom van Maria is tegelijkertijd ook de droom van de auteur én ik denk die van ons allemaal. We wachten uiteindelijk allemaal op de vervulling van dit visioen van gerechtigheid.

III.  De Geboorte

In het derde luik zijn er ineens de engelenscharen. Het is een concrete verwijzing naar de geboortenacht van Jezus en naar de herders in het veld die uitzien naar de morgen. Zij werden immers omgeven door een heel leger van engelen (Lc. 2,8-15) en overstraald door hun hemelse licht. Het kind in de kribbe wordt geboren, maar – zo lijkt de auteur van het gedicht ons te willen zeggen – daarmee worden het visioen van Jesaja en de droom van Maria nog geen werkelijkheid.

Hij stelt zichzelf de vraag of daarvoor niet iets anders nodig is: dat ik, dat wij, uit onze droom ontwaken. Dat we wakker worden en zien wat nodig is in deze wereld om de droom van gerechtigheid voor arme en kleine mensen, voor verdrukten en verschoppelingen werkelijkheid te laten worden.

God wacht op ons antwoord en wij hebben zijn hulp nodig én die van de engelen om in onze tijd en wereld een licht te kunnen zijn. Bidden we in deze dagen dan om waakzaamheid en ontvankelijkheid om mét Maria tot echte dienaren en dienaressen van de HEER te worden. Het is immers ook van ons afhankelijk. Ik wens u een heel gezegende tijd!

pastor Andreas Inderwisch.

Thuiskomen

Naast meerdere gedeelde taken met collega’s ben ik als pastoraal werker in parochie De Twaalf Apostelen eerst aanspreekbare in Bergharen en Hernen-Leur. Voor mij is dit werk een betaalde baan en tegelijkertijd een voorrecht om mijn ervaring in werken, leven en geloven te mogen delen, met mensen en gemeenschappen die ik tot ruim een jaar geleden niet kende.

Anders dan bisschop, priester en diaken heeft een pastoraal werker geen wijding. Toch hoor ik er volop bij. Elke parochie is een complexe organisatie, zichtbaar als een wonderlijk samenspel van professionals en vrijwilligers, een organisatie waarin het leven van Jezus en het mysterie van christus in de pastorale praktijk levend worden gehouden. Er is altijd werk waar ik samen met collega’s niet aan toekom; ik deel met gewijde collega’s in hetzelfde dienstwerk. Maar taken en verantwoordelijkheden liggen verschillend. En dat is goed. Ik voel me op de werkvloer beslist niet minderwaardig of tekort gedaan.

Gelukkig heb ik wel een zending. De zending is een eis om in de kerkprovincie te mogen werken, maar die zending is voor mij allereerst nodig om me niet steeds af hoeven te vragen: waar doe ik het allemaal voor? Zonder zending voel ik me teveel individualist, teveel professional en te weinig geloofsdrager, te weinig een pastoraal werker die verleden en toekomst in het heden mag verbinden tot een aanlokkelijk perspectief voor de mensen waar ik mee mag optrekken.

Zonder zending voel ik me een spreekwoordelijke roepende in de woestijn, omdat ik niet zeker weet of er een gehoor is. Met zending heb ik de geloofszekerheid dat er in de woestijn geluisterd wordt. Ik ben niet de eerste of de laatste. En ik ben niet de enige. De toekomst is gegarandeerd nooit uitzichtloos en hangt niet van mij alleen af. Tegelijkertijd ben ik wel nodig om het verschil te maken. Dat is de dynamiek waar ik me als pastoraal werker mee mag verhouden. In dit werk voel ik me thuis.

 
Pastoraal werker Jack Steeghs