Klik op de afbeelding voor het schema met alle vieringen tijdens Kerst en Oud & Nieuw.


Kerstmis

We maken ons op om een fijn kerstfeest te vieren, thuis en in de kerk. Voor velen een jaarlijks terugkerend gebeuren. Sommigen staan er bij stil. Het is allemaal mooi gezegd: door de pastoor, de dominee, de president en de koning. En de mensen veranderen toch niet; er is toch geen vrede. er blijft toch een heleboel ellende. En wij kunnen mooi praten, wij broodprofeten!

Maar wat verwacht jij dan? Een andere wereld, vrede op aarde, betere mensen, dat de mensen meer voor elkaar over hebben, dat de armen en verdrukten meer in tel zijn, dat er eten is voor iedereen, dat de mensen weer werk krijgen, dat de mensen niet opgejaagd worden vanwege het geweld en de oorlog. Dat is wat Jezus verstaat onder verlossing en bevrijding. Wij verwachten toch Jezus! Laten  we dit allemaal eens overwegen bij onszelf, bij ons thuis.

Veel mensen zijn al bezig het kerstfeest voor te bereiden, sommigen zetten al vroeg in de advent een kerstboom, dat brengt sfeer in de huiskamer met die donkere dagen. Vooral kinderen houden daarvan. Maar met de kerststal wachten we nog even. Dat moet je vlak voor Kerstmis doen. Dat is eigenlijk een hele plechtigheid.

Dat voel je wanneer je de beeldjes uit de oude kranten pakt, ze afstoft en hier en daar wat gebroken handjes en pootjes met lijm weer nieuw maakt. Wanneer je ze dan opstelt naar het al oude kerstverhaal, beginnen ze weer voor je te leven en je zou meteen willen gaan zingen. Het is bezigheid die je raakt en je bent er niet zo gauw mee klaar.

Verwondering, ontvankelijkheid, blijheid en dankbaarheid tekenen de sfeer rond de geboorte van een kind. Ik ervaar dat ook bij het dopen van kinderen. Ook met alle vragen naar de toekomst van het kind.

Die sfeer roepen wij ook op rond het kerstfeest. Het is een volksfeest geworden voor iedereen. Maar het gaat om Christus, Emmanuel genoemd in een visioen van de profeet Jesaja. God onder ons, van goddelijke oorsprong is Hij. Het licht straalt van Hem uit naar ons, dat is Kerstmis. Hij kan onze vrede zijn, Emmanuel, God met ons. Jahweh betekent: Ik ben er voor jou! Die naam zal ons tot leven zijn.

Zalig Kerstmis.

Diaken Hennie Witsiers.

Overweging pastor Annemarie Gooiker uitgesproken tijdens de dankviering op 3 november 2017

Ja, en dan ben je toe aan je laatste preek… Grote kans, dat die heel lang en heel zwaar zal worden. Want het liefst wil je alles erin zetten: een overzicht van 10 jaar parochiewerk, een uitgebreid dankwoord en daarbij natuurlijk zeker een bezielend woord over het evangelie. Kortom: een preek als een soort van testament. Dat ga ik met mijn 42 jaar dus niet doen. Maar wat zeg ik dan wel? Een persoonlijke getuigenis? Of iets over wat ik in een boek gelezen heb of misschien wel iets moois wat een heilige ooit gezegd heeft? Als ik bij de voorbereiding van een kerkdienst niet goed weet hoe te beginnen met een preek, dan was het evangelie altijd een prima uitgangspunt. Dus daar houd ik me nu ook aan vast.

Het verhaal van de Emmaüsgangers… wat mij altijd erg in dit verhaal heeft aangesproken, is het moment waarop de twee mannen terugdenken aan wat hen overkomen is en wat voor een gevoel hen dat gaf. Zij waren die dag op weg van Jeruzalem naar Emmaüs, gedesillusioneerd en vol ongeloof vanwege de dood van Jezus. Ze hadden zoveel meer verwacht van de toekomst met Jezus als hun leider en nu leek die abrupt ten einde te zijn gekomen. En er was een vreemde man bij hen komen lopen. Ze raakten aan de praat en uiteindelijk bleef de man bij hen thuis mee-eten. Er was iets in Hem, dat hen een bijzonder gevoel gaf, dat hen goed deed.

In de oudere vertaling van dit verhaal staat dat de ontmoeting hen een brandend hart gaf. Een brandend hart staat voor ergens vol van raken, geraakt worden door iets wat je verstand te boven gaat, noem het de H. Geest. U heeft vast uw eigen ervaring daarbij. En om dan toch ook een persoonlijke getuigenis te delen met u: Mijn hart brandde toen ik als kind met oma meeging op bedevaart en van haar de devotie afkeek. Mijn hart brandde bij het zingen in het Jongerenkoor van Alverna, zeker bij het lied dat we vandaag als allerlaatste lied zingen. Mijn hart brandde toen ik in de wereld kwam van de theologie, de kerk en haar eeuwenoude traditie en verhalen. Mijn hart brandde in het pastoraat van de afgelopen jaren: bij mensen aan het sterfbed, bij stellen die gingen trouwen, bij families in wiens midden een kind gedoopt werd, in overvolle kerken, op de Kapelberg, maar ook in de intieme huiselijke sfeer. Daar waar mensen mij binnenlieten in hun leven en we even samen op weg waren, brandde mijn hart. Als je ergens vol van bent, ergens voor wilt gaan dan klopt je hart daarvoor. Dan voel je dat je gedragen wordt en dat voelde ik niet alleen, maar dat voelden we samen. Zoals die mannen, die naar Emmaüs liepen: een onverwachte tochtgenoot, die bij hen bleef toen de duisternis viel, en het hart brandt weer. De weg, blijkt niet dood te lopen. Er is hoop op nieuw leven en daar gaan ze dan ook voor. Zo kan ook in ons leven, als we ons hart er maar voor open stellen, de Heer onverwacht in ons midden komen, in ontmoetingen van mens tot mens. Ook al herkennen we Hem misschien niet meteen, als je hart brandt, weet je dat het gebeurt.

In een pastoraal handboek, dat thuis in de boekenkast staat, wordt gezegd: de pastor is een mens die mensen vergezelt. Hij of zij heeft de functie van tochtgenoot. Ik heb vaak gesproken over het leven als een onderweg zijn. We zijn onderweg met onszelf, met onze medemens en we zijn onderweg met God. En in zekere zin zijn we allemaal zoekende naar de weg die voor ons is weggelegd. Op zoek naar licht en liefde, geluk en geborgenheid. De pastor kan daarin een tochtgenoot zijn en zo heb ik dat ook vaak ervaren.

Steeds probeerde ik de Geest van Liefde daarin leidend te laten zijn, die mij inspireerde pastor te zijn.  In het samen oplopen kon ik met woorden, rituelen of door er gewoon te zijn iets bijdragen aan de levensweg. Maar tegelijk heb ik ook vaak gedacht: wie is hier nu tochtgenoot van wie? Want dan ontving ik juist meer van de ander dan dat ik gaf. Dan brandde mijn hart, zoals het deed bij die twee Emmaüsgangers, en wist ik: De Heer is in ons midden. Hij spreekt tot ons door menselijke ontmoetingen heen. Wij gelovigen zijn als broeders en zusters en de Heer is de werkelijk enige pastor.

Nu heb ik het evangelie aangehaald, ik heb een persoonlijke getuigenis gedeeld en geciteerd uit een boek. Dan wil ik tot slot nog een uitspraak met u delen van een heilige, van 1 van de vele gelovigen die ons voorgegaan zijn in de zoektocht naar goed leven met elkaar en leven met God. Dat wordt Teresia van Lisieux, die als meisje van 15 het klooster intrad en op haar 24ste overleed. In haar korte leven streefde ze ernaar vanuit het evangelie te leven en met hart en ziel in Gods liefde te geloven, zowel in vreugdevolle, maar ook in verdrietige dagen. Zij schreef op verzoek van haar medezusters haar autobiografie.

Ik citeer: “Eindelijk had ik rust gevonden! Toen ik het mystieke lichaam van de kerk beschouwde, kende ik mezelf niet terug, in geen enkel lidmaat door sint Paulus beschreven, of liever gezegd: ik wilde mezelf herkennen in hen allemaal! De Liefde gaf mij de sleutel van mijn roeping in handen. Ik begreep dat als de kerk een lichaam had, samengesteld uit verschillende ledematen, het meest noodzakelijke en edelste van allemaal daaraan niet ontbrak. Ik begreep dat de kerk een hart had en dat dat hart brandde van Liefde. Ik begreep dat alleen de Liefde de ledematen van de kerk deed handelen; dat indien de Liefde zou uitdoven de apostelen niet langer de blijde boodschap zouden verkondigen. En toen heb ik uitgeroepen: Mijn roeping, dat is de Liefde!”

Bedankt dat ik uw tochtgenoot mocht zijn, maar ook dat u de mijne wilde zijn. Amen.

Oma's vriendin

Er leven daar duizenden mensen uit allerlei landen en culturen, anders samen dan gewoon thuis, en dat al meer dan honderdvijftig jaar. Je treft er met name hen die er in hun leven meer weet van hebben, dat een mens kwetsbaar is, ieder op een eigen manier. Het gaat daar niet om geld  en macht. Voorrang krijgen er wie ziek zijn, oud of anders beperkt. Mensen worden er stil, alleen en samen. Je kunt iemand die er niet is geweest of alleen de buitenkant zag niet kwalijk nemen, dat hij of zij het niet begrijpt. Ook degenen die deze bijzondere plaats soms vele malen bezoeken kunnen het zelf niet onder woorden brengen. Maar er is daar iets, er gebeurt iets met je, in Lourdes.


Als oma soms moe is
en zich zorgen maakt
over wie haar zo lief zijn,
dan praat ze heel onbewaakt
met haar vriendin.
Ze vertelt haar alles, alle pijn, alle vreugde.
Zo krijt ze vanzelf nieuwe zin.


Bij haar, daar opent zich de bron,
dat plekje van waarheid van binnen,
waar alle verlangen, vrezen en danken woont,
waar alles nieuw kan beginnen.


Oma’s vriendin heb ik nooit gezien.
Ze zegt dat zij ook van mij houdt,
-en van ieder mensen bovendien-
dat ze lief is en o zo vertrouwd,
die geheime vriendin:
“Vertel haar gerust al je zorgen, je pijn en plezier.
Dan krijg je vanzelf weer zin.”


In dat heilige plekje bij haar
ga je ieder heel stil een voor een,
voetje voor voetje en toch samen
met haar door al je tranen heen,
als raakte ze je aan met een lief vertrouwen
dat bevrijdt en adem geeft voor je reis.
Voor oma is zij de liefste alle vrouwen
-en oma is wijs.


Bij haar, daar opent zich de bron,
dat plekje van waarheid van binnen,
waar alle verlangen, vrezen en danken woont,
waar alles nieuw kan beginnen.


Ga maar de bergen in
en volg de velen die zoeken als jij.
Je hoeft niets te geloven, begin
maar. Over stiltetapijt gaat de rij,
gaat de reis.
Voor oma is jij de liefste aller vrouwen, en oma is wijs


Diaken Hennie Witsiers

November: tijd van duisternis en licht

Toen ik op 21 november 1974 geboren werd was het echt herfstweer. Het waaide heel erg hard, de grijze wolken dreven voorbij en de bomen verloren hun laatste bladeren. Mijn moeder vond het prima: zij lag onder het donzen dekbed met haar eerste kindje op een roze wolk te genieten.

November: volledig grijze dagen, novemberregens en zonnige herfstdagen met strakblauwe hemel wisselen elkaar af. De ene keer is de wereld heel klein en de andere keer opent ze zich weer. We kennen de dagen van binnen blijven en die van erop uittrekken, naar het bos of uitwaaien aan het strand. Bladeren veranderen van kleur, het zonlicht doet hun mooie kleuren oplichten. Een zuchtje wind en ze dwarrelen naar de grond. Het is de maand van zowel duisternis als licht.

November is de maand van het herdenken van onze doden. Dat kan een gevoel van verdriet, van weemoed geven, passend bij de natuur die afsterft en de sneller donker wordende dagen. Maar in ons bevindt zich een lichte ruimte, waar de macht van de duisternis niet komen kan. Als op Sint Maarten de kinderen met hun lampion de donkere avond verlichten, kan ons dat zeggen: het gaat erom dat we ook in deze novembermaand niet ons innerlijk licht vergeten.

Ik wens je dan ook een gezegende novembermaand. Ik wens dat je bij het zwakker wordende licht van de zon het licht in je hart ontdekt. Dat je tijdens koude dagen de gloed van de Heilige Geest in je voelt, zodat je hart zich voor God opent, maar ook voor de mensen om je heen, die je nodig hebben. Juist deze maand.

Pastor Annemarie Gooiker.

Column geïnspireerd door boek van Anselm Grün ‘Leven met hart en ziel’.

Dank u wel

Lieve mensen,

Het wordt u misschien niet vaak genoeg vertelt maar dank u wel dat u er bent. U heeft een verschil gemaakt zonder dat u dit zelf misschien doorhad. Op het moment dat u langzamer ging rijden omdat er een oudere vrouw voor u liep. Toen u iemand voor liet gaan bij de kassa en wanneer u die mevrouw voor u erop wees dat het witte labeltje van haar T-shirt zichtbaar was. Dank u wel dat u gedacht heeft aan diegene die ziek was. Dat u eerder opgestaan bent om boodschappen te doen voor u gezin. Dank u wel dat u in de late uren uw kind getroost heeft omdat het niet kon slapen van verdriet.

Er zijn zoveel kleine dingen die u op een dag doet wat zo vanzelfsprekend lijkt dat het niet meer bijzonder is. Het is wel degelijk bijzonder! Het is liefhebben! Het is zien dat ieder mens je naaste is. Geloven in elkaar en in de liefde is het belangrijkste wat er is! Ik wil u vragen om het geloof in elkaar te delen, zoals Jezus ons dat voordeed. U weet toch dat wij de gehele aarde gekregen hebben om samen gemeenschap te zijn? De gemeenschap bestaat niet alleen binnen de kerkmuren. God weet wat het is om mens te zijn en in Jezus’ leven en lijden ligt een voorbeeld voor ons om elkaar lief te hebben. In Jezus zien wij hoe God zijn armen naar ons uitstrekt. Ik hoop ten zeerste dat u ook uw armen uitstrekt en zo de liefde door kunt geven.

Uw armen uitstrekken naar de ander vanuit liefde, maakt ieder klein gebaar groots. Daar waar wij in liefde samenkomen is God. “Heb u naaste lief als uzelf, er is geen gebod belangrijker dan deze”, lezen we in de Bijbel. Alle regeltjes en wetten die er zijn mogen een hulpstuk zijn om de liefde naar elkaar te kunnen uitdragen. Ik hoop dat u erop mag vertrouwen dat de liefde die in u woont het belangrijkste is wat u bij u draagt!

In liefde verbonden,
Pastor Marieke.