Overweging pastor Annemarie Gooiker uitgesproken tijdens de dankviering op 3 november 2017

Ja, en dan ben je toe aan je laatste preek… Grote kans, dat die heel lang en heel zwaar zal worden. Want het liefst wil je alles erin zetten: een overzicht van 10 jaar parochiewerk, een uitgebreid dankwoord en daarbij natuurlijk zeker een bezielend woord over het evangelie. Kortom: een preek als een soort van testament. Dat ga ik met mijn 42 jaar dus niet doen. Maar wat zeg ik dan wel? Een persoonlijke getuigenis? Of iets over wat ik in een boek gelezen heb of misschien wel iets moois wat een heilige ooit gezegd heeft? Als ik bij de voorbereiding van een kerkdienst niet goed weet hoe te beginnen met een preek, dan was het evangelie altijd een prima uitgangspunt. Dus daar houd ik me nu ook aan vast.

Het verhaal van de Emmaüsgangers… wat mij altijd erg in dit verhaal heeft aangesproken, is het moment waarop de twee mannen terugdenken aan wat hen overkomen is en wat voor een gevoel hen dat gaf. Zij waren die dag op weg van Jeruzalem naar Emmaüs, gedesillusioneerd en vol ongeloof vanwege de dood van Jezus. Ze hadden zoveel meer verwacht van de toekomst met Jezus als hun leider en nu leek die abrupt ten einde te zijn gekomen. En er was een vreemde man bij hen komen lopen. Ze raakten aan de praat en uiteindelijk bleef de man bij hen thuis mee-eten. Er was iets in Hem, dat hen een bijzonder gevoel gaf, dat hen goed deed.

In de oudere vertaling van dit verhaal staat dat de ontmoeting hen een brandend hart gaf. Een brandend hart staat voor ergens vol van raken, geraakt worden door iets wat je verstand te boven gaat, noem het de H. Geest. U heeft vast uw eigen ervaring daarbij. En om dan toch ook een persoonlijke getuigenis te delen met u: Mijn hart brandde toen ik als kind met oma meeging op bedevaart en van haar de devotie afkeek. Mijn hart brandde bij het zingen in het Jongerenkoor van Alverna, zeker bij het lied dat we vandaag als allerlaatste lied zingen. Mijn hart brandde toen ik in de wereld kwam van de theologie, de kerk en haar eeuwenoude traditie en verhalen. Mijn hart brandde in het pastoraat van de afgelopen jaren: bij mensen aan het sterfbed, bij stellen die gingen trouwen, bij families in wiens midden een kind gedoopt werd, in overvolle kerken, op de Kapelberg, maar ook in de intieme huiselijke sfeer. Daar waar mensen mij binnenlieten in hun leven en we even samen op weg waren, brandde mijn hart. Als je ergens vol van bent, ergens voor wilt gaan dan klopt je hart daarvoor. Dan voel je dat je gedragen wordt en dat voelde ik niet alleen, maar dat voelden we samen. Zoals die mannen, die naar Emmaüs liepen: een onverwachte tochtgenoot, die bij hen bleef toen de duisternis viel, en het hart brandt weer. De weg, blijkt niet dood te lopen. Er is hoop op nieuw leven en daar gaan ze dan ook voor. Zo kan ook in ons leven, als we ons hart er maar voor open stellen, de Heer onverwacht in ons midden komen, in ontmoetingen van mens tot mens. Ook al herkennen we Hem misschien niet meteen, als je hart brandt, weet je dat het gebeurt.

In een pastoraal handboek, dat thuis in de boekenkast staat, wordt gezegd: de pastor is een mens die mensen vergezelt. Hij of zij heeft de functie van tochtgenoot. Ik heb vaak gesproken over het leven als een onderweg zijn. We zijn onderweg met onszelf, met onze medemens en we zijn onderweg met God. En in zekere zin zijn we allemaal zoekende naar de weg die voor ons is weggelegd. Op zoek naar licht en liefde, geluk en geborgenheid. De pastor kan daarin een tochtgenoot zijn en zo heb ik dat ook vaak ervaren.

Steeds probeerde ik de Geest van Liefde daarin leidend te laten zijn, die mij inspireerde pastor te zijn.  In het samen oplopen kon ik met woorden, rituelen of door er gewoon te zijn iets bijdragen aan de levensweg. Maar tegelijk heb ik ook vaak gedacht: wie is hier nu tochtgenoot van wie? Want dan ontving ik juist meer van de ander dan dat ik gaf. Dan brandde mijn hart, zoals het deed bij die twee Emmaüsgangers, en wist ik: De Heer is in ons midden. Hij spreekt tot ons door menselijke ontmoetingen heen. Wij gelovigen zijn als broeders en zusters en de Heer is de werkelijk enige pastor.

Nu heb ik het evangelie aangehaald, ik heb een persoonlijke getuigenis gedeeld en geciteerd uit een boek. Dan wil ik tot slot nog een uitspraak met u delen van een heilige, van 1 van de vele gelovigen die ons voorgegaan zijn in de zoektocht naar goed leven met elkaar en leven met God. Dat wordt Teresia van Lisieux, die als meisje van 15 het klooster intrad en op haar 24ste overleed. In haar korte leven streefde ze ernaar vanuit het evangelie te leven en met hart en ziel in Gods liefde te geloven, zowel in vreugdevolle, maar ook in verdrietige dagen. Zij schreef op verzoek van haar medezusters haar autobiografie.

Ik citeer: “Eindelijk had ik rust gevonden! Toen ik het mystieke lichaam van de kerk beschouwde, kende ik mezelf niet terug, in geen enkel lidmaat door sint Paulus beschreven, of liever gezegd: ik wilde mezelf herkennen in hen allemaal! De Liefde gaf mij de sleutel van mijn roeping in handen. Ik begreep dat als de kerk een lichaam had, samengesteld uit verschillende ledematen, het meest noodzakelijke en edelste van allemaal daaraan niet ontbrak. Ik begreep dat de kerk een hart had en dat dat hart brandde van Liefde. Ik begreep dat alleen de Liefde de ledematen van de kerk deed handelen; dat indien de Liefde zou uitdoven de apostelen niet langer de blijde boodschap zouden verkondigen. En toen heb ik uitgeroepen: Mijn roeping, dat is de Liefde!”

Bedankt dat ik uw tochtgenoot mocht zijn, maar ook dat u de mijne wilde zijn. Amen.