De enige Bijbel

Het is al weer een paar maanden geleden dat ik van een Oostenrijkse kennis een prachtige column kreeg. Al die tijd heeft hij op mijn bureau gelegen, wachtend om vertaald te worden. Mij zetten de onderstaande woorden erg aan het denken en ik hoop dat ze ook u zullen raken. Van de auteur weet ik dat ze haar gedachten graag met anderen deelt, terwijl ze zelf liever op de achtergrond blijft. Desalniettemin: Magdalena, bedankt dat we jouw woorden aan andere mensen door mogen geven!

pastor Andreas.

 

Jaren geleden las ik op Tumblr precies deze zin. Hij sloeg bij mij in als een bom. Tot op de dag van vandaag laat hij mij niet los en telkens weer duikt hij op in mijn gedachten.

Ik denk eraan als ik onderweg ben in Wenen en met mijzelf de innerlijke strijd voer of ik voor het eten – en terwijl iedereen het ziet – wel een kruisteken moet maken.

Ik denk eraan als een ogenschijnlijk dakloze man in de bus onwel wordt – sommige omstanders schieten te hulp, sommige ook niet.

Ik denk eraan wanneer een theologieprofessor bij een cursus, waaraan talrijke studenten van andere studierichtingen deelnemen, geen enkel positief woord over de Kerk vindt en zich afzet tegen de leer van de Kerk.

Jij bent de enige Bijbel die veel mensen ooit zullen lezen.

In je manier van spreken en doen leg je getuigenis af over wat je gelooft – of van Degene in wie je gelooft. Ook een ontbrekend woord, dat gepast zou zijn maar achterwege wordt gelaten, of een verontschuldiging of een broederlijke vermaning getuigen ergens van.

Jij bent de enige Bijbel die veel mensen ooit zullen lezen. Voor veel mensen ben juist jij de weg om God te leren kennen en om het verlangen naar Hem te wekken.

Wij dienen een God die de liefde is, die de gerechtigheid is, die de barmhartigheid is, die de waarheid en die het leven is. Juist daarvan moet heel ons wezen doortrokken zijn, zodat alles in ons leven een verwijzing is naar Degene die alles voor ons gaf.

Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Misschien dat een citaat, dat vaak aan Tolkien wordt toegeschreven, hier kan helpen: ‘Little by little one travels far.’ Het zal niet van vandaag op morgen lukken om Gods eigenschappen te weerspiegelen. Het is een levensopdracht die een God nodig heeft die jou vormt. En het is een opdracht waarbij jij je door God laat vormen om jouw bijdrage te kunnen leveren. Kleine dingen – zoals een zacht gefluisterd ‘Het spijt me’, een luisterend oor terwijl jezelf je handen vol hebt of een uitgestoken hand om een ander mens weer overeind te helpen – helpen om je hart te openen en om gevormd te worden, zodat God dóór jou voor andere mensen zichtbaar kan worden.

Laat je daarom door God vormen en ga de weg naar een hart dat met het Hart van God in hetzelfde ritme slaat, want voor velen ben jij de enige Bijbel die ze ooit zullen lezen!

Thuiskomen

Naast meerdere gedeelde taken met collega’s ben ik als pastoraal werker in parochie De Twaalf Apostelen eerst aanspreekbare in Bergharen en Hernen-Leur. Voor mij is dit werk een betaalde baan en tegelijkertijd een voorrecht om mijn ervaring in werken, leven en geloven te mogen delen, met mensen en gemeenschappen die ik tot ruim een jaar geleden niet kende.

Anders dan bisschop, priester en diaken heeft een pastoraal werker geen wijding. Toch hoor ik er volop bij. Elke parochie is een complexe organisatie, zichtbaar als een wonderlijk samenspel van professionals en vrijwilligers, een organisatie waarin het leven van Jezus en het mysterie van christus in de pastorale praktijk levend worden gehouden. Er is altijd werk waar ik samen met collega’s niet aan toekom; ik deel met gewijde collega’s in hetzelfde dienstwerk. Maar taken en verantwoordelijkheden liggen verschillend. En dat is goed. Ik voel me op de werkvloer beslist niet minderwaardig of tekort gedaan.

Gelukkig heb ik wel een zending. De zending is een eis om in de kerkprovincie te mogen werken, maar die zending is voor mij allereerst nodig om me niet steeds af hoeven te vragen: waar doe ik het allemaal voor? Zonder zending voel ik me teveel individualist, teveel professional en te weinig geloofsdrager, te weinig een pastoraal werker die verleden en toekomst in het heden mag verbinden tot een aanlokkelijk perspectief voor de mensen waar ik mee mag optrekken.

Zonder zending voel ik me een spreekwoordelijke roepende in de woestijn, omdat ik niet zeker weet of er een gehoor is. Met zending heb ik de geloofszekerheid dat er in de woestijn geluisterd wordt. Ik ben niet de eerste of de laatste. En ik ben niet de enige. De toekomst is gegarandeerd nooit uitzichtloos en hangt niet van mij alleen af. Tegelijkertijd ben ik wel nodig om het verschil te maken. Dat is de dynamiek waar ik me als pastoraal werker mee mag verhouden. In dit werk voel ik me thuis.

 
Pastoraal werker Jack Steeghs

 

Ik groet U

Afgelopen april ging er een schok door Europa en de rest van de wereld. De Goede Week was juist begonnen toen de eerste beelden van een brandende Notre-Dame werden verspreid. Binnen enkele minuten was het een trending topic op Twitter, terwijl op datzelfde moment wereldwijd televisie-uitzendingen werden onderbroken. Zoals zoveel anderen, werd ik er even helemaal stil van. Stil werd ik ook van de talloze harten die werden aangeraakt en van de grote giften die werden toegezegd. Ook mensen die zichzelf niet als christelijk, of zelfs maar religieus, beschouwen, lieten merken dat wat er hier in brand stond meer was dan alleen maar een historisch gebouw. “Hier brandt een deel van ons”, bekende zelfs de Franse president. De strikte scheiding die in Frankrijk normaal gesproken geldt tussen Kerk en staat leek kortstondig opgeheven. Het oplaaiende vuur in de kathedraal van Parijs wierp voor heel even een licht op het geestelijke en christelijke fundament van Europa.

In de oranjerode gloed van de hemel boven de stad, stonden ontelbare mensen ademloos te kijken naar het drama dat zich voor hun ogen voltrok. Er vloeiden tranen en mensen vielen elkaar in de armen. In de anonieme stad verdwenen de sociale grenzen die anders onzichtbaar tussen de verschillende bevolkingsgroepen lopen. Voor mij persoonlijk ging er van die brandende ‘Moeder’ van alle Franse kerken een bijna apocalyptische waarschuwing uit. Ik herinnerde mij de profetische woorden van Robert Schuman, de grondlegger van Europa, die later nog geregeld door Otto von Habsburg werden herhaald: “Europa zal christelijk zijn, of het zal niet meer zijn!”

Terwijl het dak van de Notre-Dame volledig is verwoest en er een aanzienlijk aantal kunstwerken verloren is gegaan, staan de muren nog onwankelbaar overeind en is zelfs het kostbare orgel bewaard gebleven. Aangetast door het vuur zal de kerk herbouwd worden en ze zal mooier zijn dan ooit tevoren.

Als wij vandaag de dag de ineenstorting van het christendom in onze streken menen waar te nemen, dan kan het beeld van een kerk die herbouwd wordt erg bemoedigend zijn. Misschien moet er ook binnen onze geloofsgemeenschap eerst nog veel verdwijnen dat geen eeuwigheidswaarde heeft. Dat kan pijn doen, maar het zal de ontdekking van Christus als het onverwoestbare fundament van de Kerk én van ons biddend samenkomen dichterbij brengen. Als Hij opnieuw in het centrum van onze gemeenschap komt te staan, als we ons echt door Hem laten aanraken en als wij erin slagen ons helemaal te laten vernieuwen, dan zal er een vuur oplaaien dat niet verteert maar mensen in beweging brengt.

Het was ontroerend om te zien hoe op die maandagavond in april met name heel veel jonge mensen letterlijk in beweging werden gebracht. Gekeerd naar het brandende Godshuis knielden zij neer en langzaam zong door de nacht het gebed dat ook bij ons veel vaker te horen zou mogen zijn: “Je vous salue Marie, comblée de grâce!” Ik groet u Maria, vol van genade… Voor wie het gemist heeft, hier is het videofragment terug te zien. Laten we ons vol vertrouwen richten tot de Moeder van de Heer en haar vragen om ook ons bij de hand te nemen en onze geloofsgemeenschap op te bouwen tot een onverwoestbaar huis, waarin de generaties die komen gaan haar Zoon mogen ontmoeten en geraakt kunnen worden door zijn verlossende en bevrijdende liefde.

 

pastor Andreas, juni 2019

Verkondiging bij de sluiting van de Sint Victorkerk op zondag 14 juli 2019

Beste medegelovigen, beste aanwezigen.

Pijnlijk. Natuurlijk is dit een pijnlijke dag omdat we deze kerk moeten gaan sluiten voor de katholieke eredienst. De kerk sluit. Voor vrijwilligers en trouwe kerkgangers, maar ook voor de minder vaste klanten, de mensen die er op hoogtijdagen bij waren, en altijd erg welkom, voor hen allen doet deze dag pijn. Mensen zitten hier rondom de tafel, alsof het een huiskamer is waar iedereen meetelt. Je hoort ook het zingen van degenen die naast en achter je zit. Je hoort het lachen als er iets grappigs wordt verteld en vooral ook, je kunt de stilte bijna met je vingers voelen er iets spannends ter sprake kwam. Er zijn nog mensen die de centen door de kerk zien vliegen, toen pastoor van den Heuvel deze terug smeet, omdat hij niet tevreden was over de opbrengst van de collecte. Misschien moeten we niet zozeer bij de pijnlijke gedachten stil blijven staan – dat we deze kerk achter laten – maar in dankbaarheid terug denken aan al het moois en goeds dat hiervan is uit gegaan. Doopsels die hier zijn gevierd, eerste communies, vormsels, huwelijken, jubilea en uitvaarten. Velen van u hebben mooie herinneringen aan deze plek: hier heeft de genade van God mensen aangeraakt; hier hebben mensen troost gevonden in moeilijke tijden; hier hebben mensen hun levensroeping beter verstaan; hier hebben mensen de last van hun zonde bij God kunnen neerleggen in het sacrament van de biecht en ga zo maar door.

Wie kan de zegens en de genaden tellen die van deze kerk zijn uitgegaan? Soms moeten we in het leven iets achterlaten, iets afstaan, maar uiteindelijk is dat om verder te gaan, onze pelgrimstocht door het leven te vervolgen! Blijf nu niet zitten als een balling, ontheemd, maar sta op en ga verder, met de Heer aan uw zijde, met Maria die u bij de hand neemt, met de heilige Eucharistie als spijs voor die reis. Op die reis door het leven zijn er altijd weer zaken die ons negatief kunnen raken, die ons soms ontmoedigen en bij de pakken willen laat neerzitten.

Waarom heeft God mij niet verhoord? Waarom was die of die zo lelijk tegen mij? Waarom gebeurt dit in mijn leven, in de wereld, in de kerk? Er zijn veel vragen, waar wij geen antwoord op hebben, nog niet, in dit leven is zoveel nog met een soort sluier verhuld. Maar laten we ons niet – nooit! – terneer drukken door de negatieve dingen, door narigheid en kwaad. Het kwaad in de wereld heeft ons pas gewonnen als wij opgeven. Nee sta op en vervolg je pelgrimstocht.

Wat hier vandaag gebeurt is wereldgeschiedenis! Niet omdat Batenburg een spil is in de internationale betrekkingen, maar omdat de sluiting van dit godshuis een symptoom is van een verschijnsel dat zich Europa breed aan het voltrekken is. De volkskerk van weleer wordt een diasporakerk. Dat houdt winst in en verlies. Voor het evangelie, voor de stem van God maakt het niet uit. Die blijft klinken. Maar de kleine groep gelovigen van de toekomst zal bewuster moeten kiezen, weer zuurdesem zijn. Het zout in de pap. Wat de Batenburgers hebben opgebouwd gaat op een andere plaats verder. De Mariakapel hier achter in dit kerkgebouw blijft bestaan. Wel onder de voorwaarde dat er een werkgroep komt, die zorg draagt voor de instandhouding van deze kapel. Mensen, kunnen zich hiervoor nog aanmelden. De vieringen worden voortgezet in de oude Sint Victorkerk aan de Kerkstraat. Op zondag 11 augustus zal daar de eerste viering zijn. Ik mag u daarvoor uitnodigen.

De geloofsgemeenschap St. Victor in Batenburg blijft bestaan. Ik voel vandaag bij voorbaat heimwee. Ik raak iets heel dierbaars kwijt, maar ik roep u hartstochtelijk op er samen met mij iets moois van te maken.

Vertrekken is een beetje doodgaan, en na het sterven zullen we ontdekken dat er nieuw leven is.

Amen.

Diaken Hennie Witsiers.

Tussentijd

Een groot deel van onze tijd speelt zich af tussen twee gemarkeerde momenten. Die momenten zijn als afspraken in onze agenda’s opgeschreven of in onze geheugens gegrift als ‘to do’ of ‘not to forget’. Een groot deel van onze aandacht staat uit naar deze geoormerkte momenten door terug te kijken, letterlijk of in gedachten terugkerend naar wat er op de vorige gedenkwaardige  momenten is gebeurd en gezegd. Het verleden wordt ‘verteerd’: opbouwende ervaringen bouwen onze visie voor de toekomst mee op. Voor wat moeilijk was, krijgt de tijd de kans zijn (helende?) werk te doen. Voor velen geldt dat we eerder gericht zijn op wat komen gaat, dan op wat is geweest. Gespannen, of in ieder geval met een zekere nieuwsgierigheid kijken we verwachtingsvol uit naar het gemarkeerde moment dat komen gaat. Hoe zal het zijn? Wat zal het ons brengen? Worden we er beter van, of misschien slechter? Zal ik alleen staan? Of zijn er mensen die mij zullen omringen? Maar de tussentijd neemt verreweg het grootste deel van onze tijd in beslag. Niet meer...,  maar nog niet…

Een zelfde soort tussentijd toont zich tussen de feesten van Hemelvaart en Pinksteren. Dat geldt voor de theologie, maar zeker ook voor het maatschappelijk leven tussen Hemelvaart en Pinksteren.  Hoewel doorgaans omgekeerd ervaren lijkt in dit geval de theologie helderder dan het maatschappelijk verkeer. Waar Hemelvaart in de theologie, na Pasen, de tweede fase lijkt te zijn van het afscheid van Jezus, is Pinksteren de vervulling van de belofte: de gave van de Geest en de zending. Maatschappelijk is het karakter van de tussentijd tussen Hemelvaart en Pinksteren minder helder. Europese verkiezingen hebben plaatsgevonden, maar van de gevolgen ervan is het maar de vraag of het een vervulling van een (heilzame) belofte zal zijn. Op wereldniveau valt op dat christenen niet langer alleen als vredelievende idealisten worden gezien, maar in toenemende mate ook doelwit zijn van aanslagen (Pasen in Sri Lanka) en vervolging. En dichterbij: voor veel mensen is Hemelvaart een vrije dag ‘om leuke dingen te doen’ en lijkt Pinksteren de voorbereiding te zijn voor de excursie naar de bekende plaatsen als woonboulevards en autodealers. (Gelukkig heeft onze parochie een mooi alternatief in de vorm van de Kapellentocht en opluchtviering op de Bergharense Kapelberg.)

Tussentijden onttrekken zich aan onze greep en drang naar controle. We worden gevormd door het verleden en dat laat zijn sporen na. Het verleden heeft fundament om op voort te bouwen. Maar hoe dit precies zal uitpakken in de omstandigheden van de toekomst is niet duidelijk. Tussentijden zijn de tijd waarin ons werken en onze voorbereidende activiteit plaatsvinden. Maar niet duidelijk is hoe onze inspanningen en ideeën hun plek zullen krijgen in het geheel van de toekomst.

Feesten als Hemelvaart en Pinksteren kunnen ons leren te vertrouwen op de ruimte van de Geest. Niet als verlengstuk van individuele plannen, plannetjes en tijdspaden. Wel als belofte dat de schepper van deze wereld ons niet in de steek zal laten met als onderpand de manier waarop God zich in de geschiedenis werkzaam heeft getoond. Niet op onze manier dus, maar op Zijn manier. Niet op onze voorwaarden, maar eigenzinnig en vreemd in wat onverwacht en kwetsbaar is.

Tussentijden zijn daarom niet alleen tussendoortjes, maar vormen de hoofdgerechten van ons bestaan: onzekerheid gekruid met een ruime hoeveelheid belofte,  het voedsel dat ons gegeven werd door de mensen die ons verwachtingsvol zijn voorgegaan in tussentijden.

Martin Claes