En toch, en toch, en toch…

U kent vast die pakkende leus van de Protestantse Kerk Nederland: ‘al onze vestigingen elke zondag open’.

De kerk is ’s werelds eerste multinational én de eerste die 24/7 open is: wij - de kerk - kennen namelijk helemaal geen opening- of sluitingstijden! En als ‘Zijn grondpersoneel’ zijn wij mensen toch altijd en overal beschikbaar? En toch. En toch. Er is in kerk en geloof altijd een ‘en toch’.

En toch leven wij mensen met tijden en agenda’s. Al zou ik het zelf misschien zonder kunnen, er zijn altijd nog ‘anderen’ die hun tijd als het ware in die van mij schrijven: mijn vrouw, onze kinderen, mijn ouders, hobbyclubs, scholen, mijn collega’s, andere dierbaren die me nu toch echt nodig hebben... En dat is goed. Wij leven en werken om te leven. En die samenhang laat zich niet altijd zo strak plannen. Zo is het ook met geloven, met de opbouw van onze geloofsgemeenschappen in De Twaalf Apostelen.

Het pastorale team is gelukkig weer op sterkte. Maar het gaande houden van het verhaal van God met mensen wordt keer op keer doorkruist door de actualiteit. De ene keer is er een teamlid dat ziek wordt of vertrekt, de andere keer speelt er een herbestemming van een van de kerkgebouwen. Dat geeft onrust. En er is nog veel meer onrust, die speelt zich onderhuids af. Een ieder gaat met dat gevoelde onbehagen anders om. De cijfers liegen er niet om: afnemende bezoekersaantallen in de wekelijkse vieringen, een afnemend aantal aanvragen voor doop en huwelijk, een afnemend aantal kinderen voor eerste communie en vormsel. En een afnemend aantal mensen dat vanuit de kerk begraven wil worden. Die gegevens kunnen niemand onberoerd laten. Hoe moet dat straks? Hoe zal het over tien jaar zijn? Maar ook hier geldt: en toch, en toch. Er is in kerk en geloof altijd een ‘en toch’.

In de kerk leven we niet vanuit aantallen maar vanuit een levend geloof in die drie-ene. Ik probeer dat zo goed als mogelijk voor te leven - wat kan ik meer doen? - en probeer van daaruit af en toe iets nieuws uit, vanuit ideeën die opkomen in de tijd die ik daarvoor neem. Ik plan altijd vrije uren in mijn agenda; werk is er altijd teveel, laat ik daarom zelf maar verstandige keuzes maken. Ik plan vrije tijd in omdat ik zónder die ruimte in mijn werk- en leefritme  geen recht kan doen aan werk maken van geloven in tijden dat er van alles door mijn agenda kruist.

Deze onrustige fase van werken en leven zou zomaar tot mijn pensioen kunnen duren. Ik maak er geen probleem van, ik handel ernaar. Omdat die houding mij ooit is voorgedaan, in geloof en in leven. Beiden gebeuren in de weerbarstige realiteit van het alledaagse. Laten we die realiteit met elkaar omarmen en van daaruit bidden, zingen en in gesprek gaan over de betekenis van waar de eeuwige ons aanraakt. Doet u mee?

Pastoraal werker Jack Steeghs.

Wat had je eigenlijk verwacht?

Zo eindigt een lied van Robert Long. Het gaat over iets, wat, denk ik, alle mensen met elkaar delen, namelijk wat we verlangen, verwachtingen hebben en teleurstelling ervaren. Dat speelt in gezinnen en relaties, in werksituaties, maatschappij en kerk. Hoe fijn zou het niet zijn als anderen vanzelf begrijpen wat ik nodig heb, wat mij blij maakt, wat ik wil.

En dat ze dat dan ook voor mij doen. Een beetje zoals mijn moeder dat deed, nog voor ik me herinneren kon. Maar opgroeien betekent regelmatig teleurgesteld worden, nee, ik mag dat koekje niet, nee, ik word niet gekozen voor het team, nee, zij houdt ook niet van mij.

 

Teleurstelling hoort bij leven en samenleven. Waar het om gaat is wat ik doe, als ik me teleurgesteld voel in of door een ander. Wend ik me af, gaan we uiteen, of doe ik er wat mee, stap ik er overheen? Wist die ander wel wat ik wilde? Had ik dat voldoende duidelijk gemaakt? Hoe hoog waren mijn verwachtingen? En konden hij, zij of ze wel realiseren wat ik wilde?

 

Heel wat mensen, als ik zo rondluister, voelen zich teleurgesteld in of door de kerk en het geloof, door God. Zij hebben zich afgewend, teleurgesteld of boos. Ze kregen of krijgen het niet zoals ze verlangen, hopen, verwachten. Zoals dat vaak ook klinkt naar de gemeente, de politiek.

Allemaal best in-leefbaar – als je vindt dat het leven paradijselijk moet zijn, zoals bij moeder thuis. Maar zo lijkt het maar zelden te wezen. Andere mensen zijn er niet om het mij naar de zin te maken. Andersom brengt misschien meer geluk.

 

Het is goed om teleurstelling te erkennen, in de kerk en Gods grondpersoneel, of juist in de mensen die ‘er niets meer aan doen’, door al de lege stoelen, doordat kerken op termijn wel gesloten kunnen worden. De vraag is, hoe reëel onze verwachtingen zijn. Wij hebben er zeker geen recht op dat ze uitkomen. Hoe zijn – met steeds oudere en mindere mensen die aan de kerk bijdragen en ondersteunen – deze erfstukken op termijn in stand te houden?

 

Wij zijn niet de eersten die ons teleurgesteld voelen en niet weten hoe het verder moet. Ook wij lijken na Goede Vrijdag gedesillusioneerd onderweg van Emmaüs naar Jeruzalem. Ook wij hebben nieuw inzicht nodig van iemand: iemand die met ons meeloopt.

Met de beide benen op de grond betekent niet dat er geen hoop is. Laten ook wij oog en oor hebben voor wie teleurgesteld zijn in ons, en anderen onze verwachtingen niet opleggen, thuis en in relaties, maar ook als gelovigen. Laten we het over hebben en samen zoeken hoe het beter kan.

“You can’t always get what you want!”

 

Diaken Hennie Witsiers.   

Sterren

Enkele weken geleden reden wij weer eens richting het zuiden. Het was inmiddels bijna herfst en de dagen begonnen korter te worden. Terwijl de kilometers zich aan elkaar regen, veranderde voor onze ogen het landschap. Toen de ochtendmist langzaam plaats maakte voor de zon, viel het me voor het eerst op. De kleuren… Ze waren anders dan in andere jaren. Het was alsof er een storm over Europa was gegaan, een wervelwind die met de vaardige hand van een schilder de ene bij de andere kleur had gemengd: karmozijn, vermiljoen, oker, goud en geel… Telkens als de zon er met haar stralen langs streek, leken de tinten te veranderen.

De dagen gingen voorbij, maar het kleurenspel bleef me fascineren. Wie had dit bedacht? Welke kunstenaar hield het palet in handen waaruit zulke intense schakeringen door de wereld stroomden? Maar niet alleen de dagen stelden deze vraag. Ook de nachten spraken mij van een geheim dat groter was dan mensen kunnen dromen. Op de laatste avond in de bergen ging onverwacht een hemel open. Ik ging over een weg die ik al zo vaak gegaan was en probeerde in het aardedonker de juiste richting te bewaren. Toen bleef ik staan en keek omhoog. Ademloos… Een mantel van ontelbare sterren spreidde zich over het land en aan de hemel trok de Melkweg een sleep van lichtende lijnen. Ik werd stiller dan stil, tot het in mij begon te zingen van vreugde. Deze sterrenhemel vertelde over het geheim van de kunstenaar en over het geheim van ons leven.

Ik moest denken aan de hemel thuis, waaraan je met moeite nog sterren kunt ontwaren. Daar waar straatlantaarns en neonreclame hun licht hemelwaarts zenden, zien wij nauwelijks nog de werkelijkheid die zich achter hun oranje-roze gloed verbergt.  Ik wist dat die sterren nooit weg waren geweest maar nog even ontelbaar zijn als duizend jaar geleden. En toen was er ineens het vermoeden, dat ook die onzichtbare kunstenaar nog net zo aanwezig was als voorheen. Zou het zo kunnen zijn dat, door het lawaai en de nutteloze afleiding in ons moderne bestaan, de schildershand die ons eens het Christuskind uittekende als verlosser van deze wereld, voor de meeste mensen net zo onzichtbaar is geworden als de sterren in de nacht?

Laten we in deze tijd, waarin de dagen korter worden, opnieuw op zoek gaan naar de grond van ons bestaan. Laten we ons openen voor het Licht en laten we de moeite nemen om uit ons leven alles te verwijderen wat het zicht op de hemel ontneemt. Dan zullen ook wij misschien ontdekken dat er iemand is die altijd op ons wacht. Zelfs als wij het niet willen zien.

Pastor Andreas Inderwisch.

Kerstmis: geboren worden als levensproces

Geen mens herinnert zich zijn eigen geboorte. Ouders zullen de geboorte van hun kind of kinderen nooit vergeten. Ouders weven samen met hun kinderen in de jaren na de geboorte hun gemeenschappelijk verhaal, in woorden en zeker ook in gewone dagelijkse daden. Hoewel misschien een alledaags verhaal van lief en leed, spreekt het wonder van het leven de taal van eenvoud en simpelheid. Totdat de beleving van de realiteit in onze wereld ons wakker schudt: onvrede, onbehagen en onrust veraf en dichtbij, gele hesjes in Frankrijk en in meer gematigde vorm ook in ons eigen land. De eenvoud blijkt verre van simpel.

Desondanks laat Kerstmis in eenvoudige taal het verhaal van geboren-worden oplichten en verstaanbaar klinken: vrede op aarde aan alle mensen van goede wil. Kerstavond wordt in de kerken het kerstverhaal gelezen, opgetekend door Lucas met oog voor menselijke details rondom de geboorte van God in de wisselvalligheden van de tijd. Niet alleen vertelt de evangelist over de toegewijde herders, de eervolle wijzen en de ster aan de hemel. Het kerstverhaal laat ook de angst van de jonge ouders Jozef en Maria klinken wanneer zij onder dreiging van de kindermoordenaar Herodes als vluchtelingen via Egypte terug moeten reizen naar hun vaderstad Nazareth.

Kerstmis vestigt onze aandacht op het licht zonder het oog te sluiten voor grauwheid en rauwheid van de realiteit waarin mensen leven. Kerstmis viert de geboorte van de mensheid als levensproces: vol vitaliteit en verwachting en in de wetenschap dat geen mens groot wordt zonder groeipijnen. Geen mens hoeft alleen voor zichzelf te groeien. Geen mens is betekenisloos voor de gemeenschap van mensen van goede wil. Met de geboorte in de kerstnacht bekrachtigt God jaarlijks het verbond tussen de bron van ons bestaan, de eenvoud van het gemeenschappelijk verhaal van mensen van goede wil en de voltooiing van iedere mens en ieder schepsel in het Licht.

De vrede van Christus raakt fundamenten van ons bestaan en neemt onvolmaaktheid op in het glanzende licht. Zo bezien kan vrijwel niemand zich buiten dit geboorteproces wanen. Geen mens herinnert zich zijn eigen geboorte. God zal als toegewijde ouder de geboorte van zijn kinderen nooit vergeten.

Goede Adventsdagen en een zalig kerstmis!

Martin Claes.

En, hoe bevalt het?

Al vanaf mijn eerste week in mei krijg ik deze vraag regelmatig te horen: ‘Hoe bevalt het?’ Eigenlijk hoor je eerst een heel jaar meegedraaid te hebben om hierover te kunnen vertellen. Maar ik snap het wel. Ik zou de vraag zelf ook stellen. Nu ben ik ruim vier maanden pastoraal werker in De Twaalf Apostelen, waarbij ik voornamelijk te zien ben in Hernen-Leur en Bergharen.  
Ik heb op meerdere plekken gewerkt en elke plek heeft zijn charme. Geen enkele parochie is ‘ideaal.’ Kerkenwerk is en blijft een soort van wonderlijk samenspel van door God geïnspireerde mensen, die elkaar regelmatig en onregelmatig in allerlei rollen en taken treffen.

Ja ik voel me thuis. Dit betekent voor mij dat ik geen rem voel om te leven vanuit een Bijbeltekst die me vanaf de studietijd is bijgebleven (1 Petrus 3, 15): ‘wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft.’ Over die hoop ga ik graag met mensen in gesprek. Omdat geen mens zonder kan. En omdat we zo’n mooie traditie hebben. Een traditie die ook wel eens een vorm van ‘levenskunst’ wordt genoemd: met het leven om kunnen gaan zodat het goed is voor jou en al diegenen die aan jouw zorg zijn toevertrouwd. Een levenskunst ook waar je steun in kunt ervaren als het leven je op de proef stelt.

Ik heb in vorige functies geleerd om de tot één grote parochie gefuseerde geloofsgemeenschappen niet alleen maar en vanzelfsprekend vanuit die eenheid te bekijken. Het blijven verschillende gemeenschappen die uit dezelfde bron putten. Daar liggen grote kansen om over elkaars grenzen van weleer nieuwe tijden tegemoet te gaan.

Tot ziens!

Pastoraal werker Jack Steeghs.