Verkondiging bij de sluiting van de Sint Victorkerk op zondag 14 juli 2019

Beste medegelovigen, beste aanwezigen.

Pijnlijk. Natuurlijk is dit een pijnlijke dag omdat we deze kerk moeten gaan sluiten voor de katholieke eredienst. De kerk sluit. Voor vrijwilligers en trouwe kerkgangers, maar ook voor de minder vaste klanten, de mensen die er op hoogtijdagen bij waren, en altijd erg welkom, voor hen allen doet deze dag pijn. Mensen zitten hier rondom de tafel, alsof het een huiskamer is waar iedereen meetelt. Je hoort ook het zingen van degenen die naast en achter je zit. Je hoort het lachen als er iets grappigs wordt verteld en vooral ook, je kunt de stilte bijna met je vingers voelen er iets spannends ter sprake kwam. Er zijn nog mensen die de centen door de kerk zien vliegen, toen pastoor van den Heuvel deze terug smeet, omdat hij niet tevreden was over de opbrengst van de collecte. Misschien moeten we niet zozeer bij de pijnlijke gedachten stil blijven staan – dat we deze kerk achter laten – maar in dankbaarheid terug denken aan al het moois en goeds dat hiervan is uit gegaan. Doopsels die hier zijn gevierd, eerste communies, vormsels, huwelijken, jubilea en uitvaarten. Velen van u hebben mooie herinneringen aan deze plek: hier heeft de genade van God mensen aangeraakt; hier hebben mensen troost gevonden in moeilijke tijden; hier hebben mensen hun levensroeping beter verstaan; hier hebben mensen de last van hun zonde bij God kunnen neerleggen in het sacrament van de biecht en ga zo maar door.

Wie kan de zegens en de genaden tellen die van deze kerk zijn uitgegaan? Soms moeten we in het leven iets achterlaten, iets afstaan, maar uiteindelijk is dat om verder te gaan, onze pelgrimstocht door het leven te vervolgen! Blijf nu niet zitten als een balling, ontheemd, maar sta op en ga verder, met de Heer aan uw zijde, met Maria die u bij de hand neemt, met de heilige Eucharistie als spijs voor die reis. Op die reis door het leven zijn er altijd weer zaken die ons negatief kunnen raken, die ons soms ontmoedigen en bij de pakken willen laat neerzitten.

Waarom heeft God mij niet verhoord? Waarom was die of die zo lelijk tegen mij? Waarom gebeurt dit in mijn leven, in de wereld, in de kerk? Er zijn veel vragen, waar wij geen antwoord op hebben, nog niet, in dit leven is zoveel nog met een soort sluier verhuld. Maar laten we ons niet – nooit! – terneer drukken door de negatieve dingen, door narigheid en kwaad. Het kwaad in de wereld heeft ons pas gewonnen als wij opgeven. Nee sta op en vervolg je pelgrimstocht.

Wat hier vandaag gebeurt is wereldgeschiedenis! Niet omdat Batenburg een spil is in de internationale betrekkingen, maar omdat de sluiting van dit godshuis een symptoom is van een verschijnsel dat zich Europa breed aan het voltrekken is. De volkskerk van weleer wordt een diasporakerk. Dat houdt winst in en verlies. Voor het evangelie, voor de stem van God maakt het niet uit. Die blijft klinken. Maar de kleine groep gelovigen van de toekomst zal bewuster moeten kiezen, weer zuurdesem zijn. Het zout in de pap. Wat de Batenburgers hebben opgebouwd gaat op een andere plaats verder. De Mariakapel hier achter in dit kerkgebouw blijft bestaan. Wel onder de voorwaarde dat er een werkgroep komt, die zorg draagt voor de instandhouding van deze kapel. Mensen, kunnen zich hiervoor nog aanmelden. De vieringen worden voortgezet in de oude Sint Victorkerk aan de Kerkstraat. Op zondag 11 augustus zal daar de eerste viering zijn. Ik mag u daarvoor uitnodigen.

De geloofsgemeenschap St. Victor in Batenburg blijft bestaan. Ik voel vandaag bij voorbaat heimwee. Ik raak iets heel dierbaars kwijt, maar ik roep u hartstochtelijk op er samen met mij iets moois van te maken.

Vertrekken is een beetje doodgaan, en na het sterven zullen we ontdekken dat er nieuw leven is.

Amen.

Diaken Hennie Witsiers.

Ik groet U

Afgelopen april ging er een schok door Europa en de rest van de wereld. De Goede Week was juist begonnen toen de eerste beelden van een brandende Notre-Dame werden verspreid. Binnen enkele minuten was het een trending topic op Twitter, terwijl op datzelfde moment wereldwijd televisie-uitzendingen werden onderbroken. Zoals zoveel anderen, werd ik er even helemaal stil van. Stil werd ik ook van de talloze harten die werden aangeraakt en van de grote giften die werden toegezegd. Ook mensen die zichzelf niet als christelijk, of zelfs maar religieus, beschouwen, lieten merken dat wat er hier in brand stond meer was dan alleen maar een historisch gebouw. “Hier brandt een deel van ons”, bekende zelfs de Franse president. De strikte scheiding die in Frankrijk normaal gesproken geldt tussen Kerk en staat leek kortstondig opgeheven. Het oplaaiende vuur in de kathedraal van Parijs wierp voor heel even een licht op het geestelijke en christelijke fundament van Europa.

In de oranjerode gloed van de hemel boven de stad, stonden ontelbare mensen ademloos te kijken naar het drama dat zich voor hun ogen voltrok. Er vloeiden tranen en mensen vielen elkaar in de armen. In de anonieme stad verdwenen de sociale grenzen die anders onzichtbaar tussen de verschillende bevolkingsgroepen lopen. Voor mij persoonlijk ging er van die brandende ‘Moeder’ van alle Franse kerken een bijna apocalyptische waarschuwing uit. Ik herinnerde mij de profetische woorden van Robert Schuman, de grondlegger van Europa, die later nog geregeld door Otto von Habsburg werden herhaald: “Europa zal christelijk zijn, of het zal niet meer zijn!”

Terwijl het dak van de Notre-Dame volledig is verwoest en er een aanzienlijk aantal kunstwerken verloren is gegaan, staan de muren nog onwankelbaar overeind en is zelfs het kostbare orgel bewaard gebleven. Aangetast door het vuur zal de kerk herbouwd worden en ze zal mooier zijn dan ooit tevoren.

Als wij vandaag de dag de ineenstorting van het christendom in onze streken menen waar te nemen, dan kan het beeld van een kerk die herbouwd wordt erg bemoedigend zijn. Misschien moet er ook binnen onze geloofsgemeenschap eerst nog veel verdwijnen dat geen eeuwigheidswaarde heeft. Dat kan pijn doen, maar het zal de ontdekking van Christus als het onverwoestbare fundament van de Kerk én van ons biddend samenkomen dichterbij brengen. Als Hij opnieuw in het centrum van onze gemeenschap komt te staan, als we ons echt door Hem laten aanraken en als wij erin slagen ons helemaal te laten vernieuwen, dan zal er een vuur oplaaien dat niet verteert maar mensen in beweging brengt.

Het was ontroerend om te zien hoe op die maandagavond in april met name heel veel jonge mensen letterlijk in beweging werden gebracht. Gekeerd naar het brandende Godshuis knielden zij neer en langzaam zong door de nacht het gebed dat ook bij ons veel vaker te horen zou mogen zijn: “Je vous salue Marie, comblée de grâce!” Ik groet u Maria, vol van genade… Voor wie het gemist heeft, hier is het videofragment terug te zien. Laten we ons vol vertrouwen richten tot de Moeder van de Heer en haar vragen om ook ons bij de hand te nemen en onze geloofsgemeenschap op te bouwen tot een onverwoestbaar huis, waarin de generaties die komen gaan haar Zoon mogen ontmoeten en geraakt kunnen worden door zijn verlossende en bevrijdende liefde.

 

pastor Andreas, juni 2019

En toch, en toch, en toch…

U kent vast die pakkende leus van de Protestantse Kerk Nederland: ‘al onze vestigingen elke zondag open’.

De kerk is ’s werelds eerste multinational én de eerste die 24/7 open is: wij - de kerk - kennen namelijk helemaal geen opening- of sluitingstijden! En als ‘Zijn grondpersoneel’ zijn wij mensen toch altijd en overal beschikbaar? En toch. En toch. Er is in kerk en geloof altijd een ‘en toch’.

En toch leven wij mensen met tijden en agenda’s. Al zou ik het zelf misschien zonder kunnen, er zijn altijd nog ‘anderen’ die hun tijd als het ware in die van mij schrijven: mijn vrouw, onze kinderen, mijn ouders, hobbyclubs, scholen, mijn collega’s, andere dierbaren die me nu toch echt nodig hebben... En dat is goed. Wij leven en werken om te leven. En die samenhang laat zich niet altijd zo strak plannen. Zo is het ook met geloven, met de opbouw van onze geloofsgemeenschappen in De Twaalf Apostelen.

Het pastorale team is gelukkig weer op sterkte. Maar het gaande houden van het verhaal van God met mensen wordt keer op keer doorkruist door de actualiteit. De ene keer is er een teamlid dat ziek wordt of vertrekt, de andere keer speelt er een herbestemming van een van de kerkgebouwen. Dat geeft onrust. En er is nog veel meer onrust, die speelt zich onderhuids af. Een ieder gaat met dat gevoelde onbehagen anders om. De cijfers liegen er niet om: afnemende bezoekersaantallen in de wekelijkse vieringen, een afnemend aantal aanvragen voor doop en huwelijk, een afnemend aantal kinderen voor eerste communie en vormsel. En een afnemend aantal mensen dat vanuit de kerk begraven wil worden. Die gegevens kunnen niemand onberoerd laten. Hoe moet dat straks? Hoe zal het over tien jaar zijn? Maar ook hier geldt: en toch, en toch. Er is in kerk en geloof altijd een ‘en toch’.

In de kerk leven we niet vanuit aantallen maar vanuit een levend geloof in die drie-ene. Ik probeer dat zo goed als mogelijk voor te leven - wat kan ik meer doen? - en probeer van daaruit af en toe iets nieuws uit, vanuit ideeën die opkomen in de tijd die ik daarvoor neem. Ik plan altijd vrije uren in mijn agenda; werk is er altijd teveel, laat ik daarom zelf maar verstandige keuzes maken. Ik plan vrije tijd in omdat ik zónder die ruimte in mijn werk- en leefritme  geen recht kan doen aan werk maken van geloven in tijden dat er van alles door mijn agenda kruist.

Deze onrustige fase van werken en leven zou zomaar tot mijn pensioen kunnen duren. Ik maak er geen probleem van, ik handel ernaar. Omdat die houding mij ooit is voorgedaan, in geloof en in leven. Beiden gebeuren in de weerbarstige realiteit van het alledaagse. Laten we die realiteit met elkaar omarmen en van daaruit bidden, zingen en in gesprek gaan over de betekenis van waar de eeuwige ons aanraakt. Doet u mee?

Pastoraal werker Jack Steeghs.

Tussentijd

Een groot deel van onze tijd speelt zich af tussen twee gemarkeerde momenten. Die momenten zijn als afspraken in onze agenda’s opgeschreven of in onze geheugens gegrift als ‘to do’ of ‘not to forget’. Een groot deel van onze aandacht staat uit naar deze geoormerkte momenten door terug te kijken, letterlijk of in gedachten terugkerend naar wat er op de vorige gedenkwaardige  momenten is gebeurd en gezegd. Het verleden wordt ‘verteerd’: opbouwende ervaringen bouwen onze visie voor de toekomst mee op. Voor wat moeilijk was, krijgt de tijd de kans zijn (helende?) werk te doen. Voor velen geldt dat we eerder gericht zijn op wat komen gaat, dan op wat is geweest. Gespannen, of in ieder geval met een zekere nieuwsgierigheid kijken we verwachtingsvol uit naar het gemarkeerde moment dat komen gaat. Hoe zal het zijn? Wat zal het ons brengen? Worden we er beter van, of misschien slechter? Zal ik alleen staan? Of zijn er mensen die mij zullen omringen? Maar de tussentijd neemt verreweg het grootste deel van onze tijd in beslag. Niet meer...,  maar nog niet…

Een zelfde soort tussentijd toont zich tussen de feesten van Hemelvaart en Pinksteren. Dat geldt voor de theologie, maar zeker ook voor het maatschappelijk leven tussen Hemelvaart en Pinksteren.  Hoewel doorgaans omgekeerd ervaren lijkt in dit geval de theologie helderder dan het maatschappelijk verkeer. Waar Hemelvaart in de theologie, na Pasen, de tweede fase lijkt te zijn van het afscheid van Jezus, is Pinksteren de vervulling van de belofte: de gave van de Geest en de zending. Maatschappelijk is het karakter van de tussentijd tussen Hemelvaart en Pinksteren minder helder. Europese verkiezingen hebben plaatsgevonden, maar van de gevolgen ervan is het maar de vraag of het een vervulling van een (heilzame) belofte zal zijn. Op wereldniveau valt op dat christenen niet langer alleen als vredelievende idealisten worden gezien, maar in toenemende mate ook doelwit zijn van aanslagen (Pasen in Sri Lanka) en vervolging. En dichterbij: voor veel mensen is Hemelvaart een vrije dag ‘om leuke dingen te doen’ en lijkt Pinksteren de voorbereiding te zijn voor de excursie naar de bekende plaatsen als woonboulevards en autodealers. (Gelukkig heeft onze parochie een mooi alternatief in de vorm van de Kapellentocht en opluchtviering op de Bergharense Kapelberg.)

Tussentijden onttrekken zich aan onze greep en drang naar controle. We worden gevormd door het verleden en dat laat zijn sporen na. Het verleden heeft fundament om op voort te bouwen. Maar hoe dit precies zal uitpakken in de omstandigheden van de toekomst is niet duidelijk. Tussentijden zijn de tijd waarin ons werken en onze voorbereidende activiteit plaatsvinden. Maar niet duidelijk is hoe onze inspanningen en ideeën hun plek zullen krijgen in het geheel van de toekomst.

Feesten als Hemelvaart en Pinksteren kunnen ons leren te vertrouwen op de ruimte van de Geest. Niet als verlengstuk van individuele plannen, plannetjes en tijdspaden. Wel als belofte dat de schepper van deze wereld ons niet in de steek zal laten met als onderpand de manier waarop God zich in de geschiedenis werkzaam heeft getoond. Niet op onze manier dus, maar op Zijn manier. Niet op onze voorwaarden, maar eigenzinnig en vreemd in wat onverwacht en kwetsbaar is.

Tussentijden zijn daarom niet alleen tussendoortjes, maar vormen de hoofdgerechten van ons bestaan: onzekerheid gekruid met een ruime hoeveelheid belofte,  het voedsel dat ons gegeven werd door de mensen die ons verwachtingsvol zijn voorgegaan in tussentijden.

Martin Claes

Wat had je eigenlijk verwacht?

Zo eindigt een lied van Robert Long. Het gaat over iets, wat, denk ik, alle mensen met elkaar delen, namelijk wat we verlangen, verwachtingen hebben en teleurstelling ervaren. Dat speelt in gezinnen en relaties, in werksituaties, maatschappij en kerk. Hoe fijn zou het niet zijn als anderen vanzelf begrijpen wat ik nodig heb, wat mij blij maakt, wat ik wil. En dat ze dat dan ook voor mij doen. Een beetje zoals mijn moeder dat deed, nog voor ik me herinneren kon. Maar opgroeien betekent regelmatig teleurgesteld worden, nee, ik mag dat koekje niet, nee, ik word niet gekozen voor het team, nee, zij houdt ook niet van mij.

Teleurstelling hoort bij leven en samenleven. Waar het om gaat is wat ik doe, als ik me teleurgesteld voel in of door een ander. Wend ik me af, gaan we uiteen, of doe ik er wat mee, stap ik er overheen? Wist die ander wel wat ik wilde? Had ik dat voldoende duidelijk gemaakt? Hoe hoog waren mijn verwachtingen? En konden hij, zij of ze wel realiseren wat ik wilde?

Heel wat mensen, als ik zo rondluister, voelen zich teleurgesteld in of door de kerk en het geloof, door God. Zij hebben zich afgewend, teleurgesteld of boos. Ze kregen of krijgen het niet zoals ze verlangen, hopen, verwachten. Zoals dat vaak ook klinkt naar de gemeente, de politiek. Allemaal best in-leefbaar – als je vindt dat het leven paradijselijk moet zijn, zoals bij moeder thuis. Maar zo lijkt het maar zelden te wezen. Andere mensen zijn er niet om het mij naar de zin te maken. Andersom brengt misschien meer geluk.

Het is goed om teleurstelling te erkennen, in de kerk en Gods grondpersoneel, of juist in de mensen die ‘er niets meer aan doen’, door al de lege stoelen, doordat kerken op termijn wel gesloten kunnen worden. De vraag is, hoe reëel onze verwachtingen zijn. Wij hebben er zeker geen recht op dat ze uitkomen. Hoe zijn – met steeds oudere en mindere mensen die aan de kerk bijdragen en ondersteunen – deze erfstukken op termijn in stand te houden?

Wij zijn niet de eersten die ons teleurgesteld voelen en niet weten hoe het verder moet. Ook wij lijken na Goede Vrijdag gedesillusioneerd onderweg van Emmaüs naar Jeruzalem. Ook wij hebben nieuw inzicht nodig van iemand: iemand die met ons meeloopt. Met de beide benen op de grond betekent niet dat er geen hoop is. Laten ook wij oog en oor hebben voor wie teleurgesteld zijn in ons, en anderen onze verwachtingen niet opleggen, thuis en in relaties, maar ook als gelovigen. Laten we het over hebben en samen zoeken hoe het beter kan.

“You can’t always get what you want!”

Diaken Hennie Witsiers.