Wat je voor de minsten hebt gedaan…

Een paar maanden geleden werd ik getroffen door een sculptuur van de Canadese kunstenaar Timothy Schmalz. Het origineel ontstond in 2013, maar inmiddels zijn er verspreid over de wereld enkele afgietsels geplaatst. We zien de gestalte van een dakloze, slapend op een bank. Het gelaat en de handen zijn onzichtbaar gewikkeld in een deken. Een naamloze mens, zo lijkt het. Totdat je oog valt op de onbedekte voeten. Het zijn de kruiswonden die de identiteit van deze mens prijsgeven. Het beeld is bekend geworden als Homeless Jesus. Bedoeld om mensen aan het denken te zetten, is de bank voor velen het symbool geworden van de evangelische opdracht tot zorg voor de mensen aan de rafelranden van onze samenleving. Anderen gaan geregeld even bij het beeld zitten om te bidden, een hand op de geopende wonden. In onze katholieke traditie horen ze heel erg bij elkaar: werken én bidden. Intussen heb ik mogen zien dat die twee ook in onze parochie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. In het parochiecentrum heerst iedere dag een grote bedrijvigheid en de parochie wordt gedragen door een groot aantal vrijwilligers. Dat is kostbaar in onze tijd, maar gelukkig voor veel mensen nog altijd heel vanzelfsprekend. Je probeert een steentje bij te dragen om met elkaar én voor elkaar iets zichtbaar te maken van de droom van een wereld waarin er niemand meer verloren loopt. De groene twijg op de foto lijkt ons te zeggen dat die droom geen bedrog hoeft te zijn. Zelfs waar het leven uitzichtloos lijkt en zonder toekomst, kan er zomaar iets nieuws beginnen: een mens die zich naar de ander toekeert en zachte woorden spreekt die bemoedigen of troosten. In de vele vieringen die er in de parochie zijn, keren we ons telkens weer naar Hem die groter is dan mensen zijn, naar de bron van ons leven. Daar horen we de woorden die ons aanzetten tot handelen en daar delen we samen het Levende Brood.

Onze geloofsgemeenschap is volop in beweging. Er gebeurt heel veel en er zijn talrijke initiatieven. Graag laat ik me door u bij de hand nemen om kennis te maken met alles wat er in de voorbije jaren tot stand is gekomen. Voorlopig zal ik tussen Eindhoven, waar ik samen met mijn vrouw Marieke en onze drie katten woon, en Wijchen op en neer rijden, maar op termijn gaan we proberen om een plekje dichter in de buurt te vinden. Echt met u kennismaken hoop ik vooral ‘live’ te doen, maar het kan zeker geen kwaad om ook hier alvast een tipje van de sluier op te lichten.

Geboren in 1973 in Groningen, ben ik met tussenstations in Maastricht en Nijmegen - vanwege de theologiestudie - in Weert terechtgekomen, nadat ik in 2003 begonnen was als pastoraal werker voor mensen met een verstandelijke beperking. Het was een functie die prachtig aansloot bij mijn toenmalige vrijwilligerswerk met gehandicapten en er volgden twaalf rijke en in alle opzichten boeiende jaren. Toen zich enkele jaren geleden de mogelijkheid voordeed om bij de krijgsmacht werkzaam te worden, heb ik de sprong in het diepe gewaagd, om gaandeweg te ontdekken dat mijn roeping toch ergens anders ligt. Door toedoen van onze bisschop kwam ik op het spoor van onze parochie en het is met heel veel energie en enthousiasme dat ik medio april in Wijchen hoop te beginnen.

Samen met mijn vrouw deel ik een grote liefde voor boeken, figuratieve kunst en klassieke muziek. Met grote regelmaat trekken we erop uit om te gaan wandelen en te genieten van de mooie landschappen die ons land te bieden heeft. Onze vakanties brengen we vaak door bij vrienden in Zwitserland of zwervend over de Balkan. Enkele keren per jaar proberen we ook een paar dagen door te brengen in een abdij om daar, buiten de dagelijkse gebedstijden en genietend van de stilte, wat bij te slapen, te lezen en ons te laten verrassen door de onverwachte ontmoetingen met andere gasten. Op mijn vorige werkplek organiseerde ik graag bezinningsdagen en kortere of langere uitstapjes naar inspirerende plaatsen en landen…

In de komende maanden hoop ik velen van u te mogen ontmoeten. De mensen voor wie ik lang mocht werken, noemden mij meestal ‘pastor Andreas’. Het is een naam waarbij ik mij thuis ben gaan voelen. Voor mij brengt het tot uitdrukking dat we op de eerste plaats tochtgenoten van elkaar mogen zijn. Zussen en broers die in de grote mensenfamilie samen willen werken aan een warme en hechte geloofsgemeenschap. Voel u dus vrij om mij ook zo, of alleen met mijn voornaam, aan te spreken en aarzel niet om telefonisch of per mail contact met mij op te nemen. Ik ben graag voor u, voor jou, bereikbaar.

Pastor Andreas Inderwisch.

Een nieuw gezicht in de parochie…

Mijn naam is Jack Steeghs (53 jaar). Ik woon in Zaltbommel, ben getrouwd en samen met mijn vrouw draag ik de zorg over vijf opgroeiende kinderen. Binnenkort mag ik (in deeltijd) in parochie De Twaalf Apostelen komen werken. Als pastoraal werker, opbouwwerker, met een eerstaanspreekbare rol in Bergharen en Hernen. Dat is volop platteland.

Ik ben geboren en getogen in Neerkant, in de Brabantse Peel. Ik ben enig kind, boerenzoon en heb het ouderlijk bedrijf (varkens en akkerbouw) in 1995 overgenomen. Toch heeft mijn toekomst al vrij snel een ander perspectief gekregen. Dat heeft te maken met een veranderende landbouw/samenleving in combinatie met mijn nieuwsgierigheid naar levensvragen, naar wat mensen beweegt, te beginnen bij mezelf. Ik ben in 1997 opnieuw gaan studeren.

Al tijdens mijn studie theologie werd ik projectmedewerker kerk, landbouw platteland in het aartsbisdom Utrecht. Dat aandachtveld boeit me steeds meer: daarom ben ik sinds drie jaar actief met boerenpastoraat.

Nu zie ik ernaar uit om vanaf 1 mei in uw geloofsgemeenschappen te komen werken. Wie nu alvast meer over mij wil lezen: ik houd een site bij onder het pseudoniem vroedman: http://vroedman.nl 

Tot ziens!

Jack Steeghs

Kerstmis

We maken ons op om een fijn kerstfeest te vieren, thuis en in de kerk. Voor velen een jaarlijks terugkerend gebeuren. Sommigen staan er bij stil. Het is allemaal mooi gezegd: door de pastoor, de dominee, de president en de koning. En de mensen veranderen toch niet; er is toch geen vrede. er blijft toch een heleboel ellende. En wij kunnen mooi praten, wij broodprofeten!

Maar wat verwacht jij dan? Een andere wereld, vrede op aarde, betere mensen, dat de mensen meer voor elkaar over hebben, dat de armen en verdrukten meer in tel zijn, dat er eten is voor iedereen, dat de mensen weer werk krijgen, dat de mensen niet opgejaagd worden vanwege het geweld en de oorlog. Dat is wat Jezus verstaat onder verlossing en bevrijding. Wij verwachten toch Jezus! Laten  we dit allemaal eens overwegen bij onszelf, bij ons thuis.

Veel mensen zijn al bezig het kerstfeest voor te bereiden, sommigen zetten al vroeg in de advent een kerstboom, dat brengt sfeer in de huiskamer met die donkere dagen. Vooral kinderen houden daarvan. Maar met de kerststal wachten we nog even. Dat moet je vlak voor Kerstmis doen. Dat is eigenlijk een hele plechtigheid.

Dat voel je wanneer je de beeldjes uit de oude kranten pakt, ze afstoft en hier en daar wat gebroken handjes en pootjes met lijm weer nieuw maakt. Wanneer je ze dan opstelt naar het al oude kerstverhaal, beginnen ze weer voor je te leven en je zou meteen willen gaan zingen. Het is bezigheid die je raakt en je bent er niet zo gauw mee klaar.

Verwondering, ontvankelijkheid, blijheid en dankbaarheid tekenen de sfeer rond de geboorte van een kind. Ik ervaar dat ook bij het dopen van kinderen. Ook met alle vragen naar de toekomst van het kind.

Die sfeer roepen wij ook op rond het kerstfeest. Het is een volksfeest geworden voor iedereen. Maar het gaat om Christus, Emmanuel genoemd in een visioen van de profeet Jesaja. God onder ons, van goddelijke oorsprong is Hij. Het licht straalt van Hem uit naar ons, dat is Kerstmis. Hij kan onze vrede zijn, Emmanuel, God met ons. Jahweh betekent: Ik ben er voor jou! Die naam zal ons tot leven zijn.

Zalig Kerstmis.

Diaken Hennie Witsiers.

Vast niet?!

Wist je dat je in de vastentijd niet per se minder hoeft te eten of te snoepen? Vast niet! Bijna iedereen heeft carnaval gevierd maar daarna krijg je te horen: “ik vast niet!” Toch is alleen carnaval maar een halve traditie. Na het feest gedeelte komt toch echt het serieuze gedeelte.

Goede voornemens

Goede voornemens die je bedenkt met kerst en dan met goede moed wilt toepassen op 1 januari, liggen vaak op 1 februari al weer bij het stapeltje “niet gelukt”. Vaak willen we teveel en hebben we allerlei goede ideeën om beter te leven maar lukt het ons maar niet om uit bepaalde patronen te stappen. De vastentijd is ervoor om ons bewust te worden welke (negatieve) patronen wij in ons leven hebben die ons in de weg staan. Vasten is een tijd van inkeer, een meer open staan voor onszelf en voor God.

Bewust worden

Het “iets laten” heeft voordelen. Stel, je kiest ervoor om bewuster naar je handelen te kijken en je komt erachter dat je op het moment te vaak argeloos je telefoon pakt om op Facebook of Instagram te kijken. Of je grijpt te vaak naar de koekjes of chips zonder dat je erbij nadenkt. Dan kun je met de vastentijd deze gewoonte doorbreken.

Doe je de dagelijkse dingen zo routinematig dat je niet eens meer stilstaat bij die prachtige omgeving waar je dagelijks doorheen fietst of rijdt? Ben je je bewust genoeg waarom je de dingen doet die je doet? Wat was ook al weer datgene waar je enthousiast van werd?

Vast wel!?

Staat er iets tussen of heb je al lezende zelf iets bedacht wat jou in de weg staat? Dan is het nu tijd om te kiezen wat je loslaat. Iedere keer als je in de verleiding komt en het niet doet ben je dus al bewuster met je handelen bezig. Vasten kan en mag nog een laagje dieper gaan. Dat is de bewustwording van God in jouw leven. Juist in de vastentijd mag je ruimte maken voor gebed en stilte. Om zo bewuster bezig te zijn en te werken aan de relatie met God en Zijn rol in jouw leven.

Waar we soms voorbijgaan aan die mooie schepping waarin we leven. Waar we soms niet stil staan bij de bijzondere taak die wij als mens hebben. Daar mogen we nu proberen om de relatie vanaf onze kant te voeden. Stilstaan bij je eigen handelen is niet egoïstisch het is een mogelijkheid om te groeien. Als je ruimte maakt om bewust naar je eigen handelen te kijken, ontstaat er ook meer ruimte om de ander te zien! Je bent bewust van je omgeving en van God.

Op weg naar Pasen

Als we deze stappen kunnen zetten in de veertigdagentijd dan kijken wij met Pasen elkaar met een ruim hart aan. Dan kunnen we zeggen dat we de grote schoonmaak hebben kunnen houden in onszelf. We zaaien zaadjes voor de toekomst en dan is het tijd voor de lente! Deze lente bloeit er iets moois in ons op!

 

Pastor Marieke Drent

Overweging pastor Annemarie Gooiker uitgesproken tijdens de dankviering op 3 november 2017

Ja, en dan ben je toe aan je laatste preek… Grote kans, dat die heel lang en heel zwaar zal worden. Want het liefst wil je alles erin zetten: een overzicht van 10 jaar parochiewerk, een uitgebreid dankwoord en daarbij natuurlijk zeker een bezielend woord over het evangelie. Kortom: een preek als een soort van testament. Dat ga ik met mijn 42 jaar dus niet doen. Maar wat zeg ik dan wel? Een persoonlijke getuigenis? Of iets over wat ik in een boek gelezen heb of misschien wel iets moois wat een heilige ooit gezegd heeft? Als ik bij de voorbereiding van een kerkdienst niet goed weet hoe te beginnen met een preek, dan was het evangelie altijd een prima uitgangspunt. Dus daar houd ik me nu ook aan vast.

Het verhaal van de Emmaüsgangers… wat mij altijd erg in dit verhaal heeft aangesproken, is het moment waarop de twee mannen terugdenken aan wat hen overkomen is en wat voor een gevoel hen dat gaf. Zij waren die dag op weg van Jeruzalem naar Emmaüs, gedesillusioneerd en vol ongeloof vanwege de dood van Jezus. Ze hadden zoveel meer verwacht van de toekomst met Jezus als hun leider en nu leek die abrupt ten einde te zijn gekomen. En er was een vreemde man bij hen komen lopen. Ze raakten aan de praat en uiteindelijk bleef de man bij hen thuis mee-eten. Er was iets in Hem, dat hen een bijzonder gevoel gaf, dat hen goed deed.

In de oudere vertaling van dit verhaal staat dat de ontmoeting hen een brandend hart gaf. Een brandend hart staat voor ergens vol van raken, geraakt worden door iets wat je verstand te boven gaat, noem het de H. Geest. U heeft vast uw eigen ervaring daarbij. En om dan toch ook een persoonlijke getuigenis te delen met u: Mijn hart brandde toen ik als kind met oma meeging op bedevaart en van haar de devotie afkeek. Mijn hart brandde bij het zingen in het Jongerenkoor van Alverna, zeker bij het lied dat we vandaag als allerlaatste lied zingen. Mijn hart brandde toen ik in de wereld kwam van de theologie, de kerk en haar eeuwenoude traditie en verhalen. Mijn hart brandde in het pastoraat van de afgelopen jaren: bij mensen aan het sterfbed, bij stellen die gingen trouwen, bij families in wiens midden een kind gedoopt werd, in overvolle kerken, op de Kapelberg, maar ook in de intieme huiselijke sfeer. Daar waar mensen mij binnenlieten in hun leven en we even samen op weg waren, brandde mijn hart. Als je ergens vol van bent, ergens voor wilt gaan dan klopt je hart daarvoor. Dan voel je dat je gedragen wordt en dat voelde ik niet alleen, maar dat voelden we samen. Zoals die mannen, die naar Emmaüs liepen: een onverwachte tochtgenoot, die bij hen bleef toen de duisternis viel, en het hart brandt weer. De weg, blijkt niet dood te lopen. Er is hoop op nieuw leven en daar gaan ze dan ook voor. Zo kan ook in ons leven, als we ons hart er maar voor open stellen, de Heer onverwacht in ons midden komen, in ontmoetingen van mens tot mens. Ook al herkennen we Hem misschien niet meteen, als je hart brandt, weet je dat het gebeurt.

In een pastoraal handboek, dat thuis in de boekenkast staat, wordt gezegd: de pastor is een mens die mensen vergezelt. Hij of zij heeft de functie van tochtgenoot. Ik heb vaak gesproken over het leven als een onderweg zijn. We zijn onderweg met onszelf, met onze medemens en we zijn onderweg met God. En in zekere zin zijn we allemaal zoekende naar de weg die voor ons is weggelegd. Op zoek naar licht en liefde, geluk en geborgenheid. De pastor kan daarin een tochtgenoot zijn en zo heb ik dat ook vaak ervaren.

Steeds probeerde ik de Geest van Liefde daarin leidend te laten zijn, die mij inspireerde pastor te zijn.  In het samen oplopen kon ik met woorden, rituelen of door er gewoon te zijn iets bijdragen aan de levensweg. Maar tegelijk heb ik ook vaak gedacht: wie is hier nu tochtgenoot van wie? Want dan ontving ik juist meer van de ander dan dat ik gaf. Dan brandde mijn hart, zoals het deed bij die twee Emmaüsgangers, en wist ik: De Heer is in ons midden. Hij spreekt tot ons door menselijke ontmoetingen heen. Wij gelovigen zijn als broeders en zusters en de Heer is de werkelijk enige pastor.

Nu heb ik het evangelie aangehaald, ik heb een persoonlijke getuigenis gedeeld en geciteerd uit een boek. Dan wil ik tot slot nog een uitspraak met u delen van een heilige, van 1 van de vele gelovigen die ons voorgegaan zijn in de zoektocht naar goed leven met elkaar en leven met God. Dat wordt Teresia van Lisieux, die als meisje van 15 het klooster intrad en op haar 24ste overleed. In haar korte leven streefde ze ernaar vanuit het evangelie te leven en met hart en ziel in Gods liefde te geloven, zowel in vreugdevolle, maar ook in verdrietige dagen. Zij schreef op verzoek van haar medezusters haar autobiografie.

Ik citeer: “Eindelijk had ik rust gevonden! Toen ik het mystieke lichaam van de kerk beschouwde, kende ik mezelf niet terug, in geen enkel lidmaat door sint Paulus beschreven, of liever gezegd: ik wilde mezelf herkennen in hen allemaal! De Liefde gaf mij de sleutel van mijn roeping in handen. Ik begreep dat als de kerk een lichaam had, samengesteld uit verschillende ledematen, het meest noodzakelijke en edelste van allemaal daaraan niet ontbrak. Ik begreep dat de kerk een hart had en dat dat hart brandde van Liefde. Ik begreep dat alleen de Liefde de ledematen van de kerk deed handelen; dat indien de Liefde zou uitdoven de apostelen niet langer de blijde boodschap zouden verkondigen. En toen heb ik uitgeroepen: Mijn roeping, dat is de Liefde!”

Bedankt dat ik uw tochtgenoot mocht zijn, maar ook dat u de mijne wilde zijn. Amen.