Vacatures bestuur

Wegens het verstrijken van de benoemingstermijn en leeftijd, heeft het bestuur van parochie De Twaalf Apostelen Wijchen twee vacatures: Vicevoorzitter en Secretaris
Benoeming na kennismaking en selectie in principe voor vier jaar. Het bestuur is verantwoordelijk voor de beheerszaken van parochie De Twaalf Apostelen en faciliteert het pastoraat in de twaalf geloofsgemeenschappen van onze parochie.
Taak- en functieomschrijvingen van de vicevoorzitter en secretaris zijn beschikbaar de knop bovenin.
Voor vragen en/of informatie kunt u de komende twee weken terecht bij pastoor Martin Claes via martin.claes@detwaalfapostelen.nl of na telefonische afspraak via nummer 06-30456786. Reacties zijn tot 15 augustus welkom op hetzelfde mailadres.
Bestuur parochie De Twaalf Apostelen, Oosterweg 4, 6602 HD Wijchen.

Overweging 04 februari 2017

Overweging door Marieke Drent

Ik wil jullie vertellen over een bijzondere ontmoeting die ik heb gehad, daarna zal ik meer vertellen over de ontmoeting van de Emmaüsgangers met Jezus.

Voordat ik hier kwam als pastor, werkte ik als verpleegkundige bij dementerende ouderen. Ik had avonddienst gehad en was best moe. Toen de bus kwam was ik blij dat ik eindelijk naar huis kon. De buschauffeur stopte,       ik moest lachen, hij had een klein kammetje in zijn hand en begon zijn sik te kammen. “Goeieavond, zei ik , niet zo druk meer”!  “Nee”, zei hij “ik verveel me een beetje.”   Ik wilde naar achteren lopen dat deed ik altijd. Maar op de een of andere manier merkte ik dat de buschauffeur graag wilde praten. Dus ging ik voorin zitten, ik hoefde toch maar een klein stukje naar het station want dan kon ik hopelijk overstappen op de snelle bus naar Utrecht die ik net bij de halte gemist had. Maar in dat korte stukje was er een ontmoeting die al heel bijzonder was dus bleef ik zitten.   Deze bus ging dan wel met een omweg maar toch. Het was een ontmoeting met een vreemde die dieper ging. 

In dat korte stukje had hij met mij gesproken over hoe kwetsbaar hij zich soms voelde als mens, hij zei;” jij begrijpt dat, jij werkt in de zorg!”    Toen ik vertelde dat ik ook nog eens afstudeerde als pastor was het hek van de dam, hij voelde zich veilig genoeg om te spreken over iets wat hem al heel lang dwars zat. 

Een buschauffeur met een sikje en tatoos. Een beer van een vent, hij was Hells Angel, je weet wel zo’n man die op een hele grote motor rijdt met een leren jack   met nog een stuk of wat motor vrienden achter zich aan. Maar het was ook een hele lieve zachte man. Hij vertelde dat hij veel slechte keuzes gemaakt had in zijn leven.

Hij deelde iets wezenlijks met mij en hij had veel vragen,  over God  en geloof. Ik vroeg hem; “waar ben jij naar op zoek?”  Hij zei dat hij emotioneel werd van deze vraag.  Niemand had hem ooit gevraagd waar hij naar op zoek was. Iedereen zei altijd waar hij het kon vinden  maar hoe weten ze nu waar hij iets kan vinden als ze niet vragen waar hij naar op zoek is? 

Hij was op zoek naar God   en hij was op zoek naar de rust in zichzelf, gaf hij mij als antwoord.   Hij zei “ik denk dat ik gelovig ben, maar ik wil het handen en voeten geven”.  Iemand had tegen hem gezegd, naar deze kerk moet je gaan want dat heb je nodig, dat is het ware geloof.  Maar hij vroeg zich af hoe het kon  dat mensen wisten wat hij nodig had.   

Ik vertelde hem dat het vooral ging over zijn persoonlijke relatie met God  om daar naar op zoek te gaan. Niet zozeer naar het ware geloof maar naar de ware ontmoeting tussen hem en God.   Hij gaf aan dat hij naar een klooster wilde. Ik verwees hem naar het Clarissen en het Franciscanen klooster.  Ik zei;  “deze mensen zeggen niet kom bij ons  maar zoeken naar wat het beste bij jou past”.  Ze luisteren naar wat jij nodig hebt. Dat wilde hij wel. Ik schreef nog snel de website op een briefje en zei hem dat het alleen maar een tip was. Toen stapte ik uit. 

Een echte ontmoeting van mens tot mens en van mens tot God gebeurde ook bij het verhaal van de Emmaüsgangers.

Deze ontmoeting ging in stappen: 

Twee vrienden zijn onderweg, veel mensen zouden zeggen  “waarom loop je nu juist Jeruzalem uit als er gezegd is dat Jezus uit zijn graf verdwenen is”? Waarom loop je de andere kant op, weg van Jezus? Je gelooft toch dat hij gezegd had dat hij de derde dag zou opstaan? 

Er zijn genoeg vragen te stellen bij de keuzes van deze twee mannen. Toen kwam Jezus bij hen lopen ze herkenden hem niet. Jezus loopt een stuk met ze mee. Hij zegt niet tegen ze dat ze de verkeerde kant op lopen of terug moeten naar Jeruzalem , hij loopt gewoon mee. Het maakte Jezus niet uit of hij nu met een omweg ging,   zoals het mij ook niet uitmaakte dat ik met een omweg ging met de bus.    Deze ontmoeting bleek belangrijk te zijn. Jezus liet ze eerst praten over wat hen bezig hield.   Daarmee laat Jezus zien dat je zo nader tot elkaar kunt komen. De vrienden voelen zich gehoord!

Daarna geeft Jezus ze les over de Thora, de eerste vijf Bijbelboeken, dit is het boek van de Joden. Het boek van de profeten. Hij laat zien dat het belangrijk is om kennis te hebben van het woord van God    zodat ze het woord van God konden herkennen. Dit geeft ook aan dat wij eerst moeten weten wat het woord van God is    en waar God zegt dat Hij zich openbaart om Hem ook te kunnen herkennen.

 Achteraf zeggen de vrienden, het was toen Hij ons les gaf over de Bijbel dat we al een bijzonder gevoel kregen.  Daar begon dus het stukje herkenning daar werd de gewone ontmoeting ineens een bijzondere ontmoeting. 

Om de ontmoeting en de herkenning compleet te maken brak Jezus het brood en deelde het. Hij deelde wie hij was    en zegt daarmee dat wij ook mogen delen wie wij zijn. Dat was het moment waarop de vrienden Jezus herkenden. 

Voor ons is dit verhaal ook van toepassing. Deze stappen kunnen wij ook zetten om onze vraag, waar we God kunnen ontmoeten, te beantwoorden. 

Daar hebben we hoop voor nodig, net zoals de vrienden hoop hadden dat Jezus terug zou komen. 

We hebben daar geloof voor nodig. Geloof in dat de woorden en de beloften die Jezus en dus ook God  ons gedaan heeft waar zijn. 

We hebben dan een open hart nodig om het bijzondere gevoel te herkennen en we hebben elkaar nodig. 

Dat laatste is het aller belangrijkste. De vrienden hadden elkaar nodig om te zien dat Jezus in hun midden was geweest. Ze hadden elkaar nodig om te ontdekken wat deze speciale reis met hun had gedaan. 

Dat is het delen in wie Jezus is.   Dat is de liefde delen met elkaar.

Ik vroeg mij af hoe het nu verder ging met de buschauffeur, ik had geen gegevens uitgewisseld. 3 dagen later moest ik weer werken en bij wie stap ik in de bus? Precies, diezelfde buschauffeur.   Dit keer zei hij dat hij zoveel aan ons gesprek had gehad    en vroeg of hij mij mocht toevoegen op facebook.   We zijn samen naar het klooster geweest en hij vond daar de rust en de ruimte die hij zocht.  Hij is nog steeds zijn weg met God aan het zoeken maar hij heeft geleerd waar hij God kan ontdekken in zijn dagelijkse leven. Onze ontmoeting heeft een snaar geraakt.  Soms heb je een bijzondere ontmoeting met een onbekende die net even dieper gaat en raakt aan het onmeetbare.   Daar waar God ineens tussen jullie inloopt. 

Jezus vraagt ons, omdat we met ons allen onderweg zijn, om onze ogen open te doen voor diegene waar je normaal niet zo snel naar zou omkijken of waar je normaal voorbij zou lopen. We hebben meer met elkaar gemeen dan we in eerste instantie zouden verwachten.   Een echte ontmoeting is daar waar je wordt gezien op de plaats waar je nu in het leven staat. Daar waar niet over je geoordeeld wordt of tegen je gezegd wordt dat je de verkeerde kant op loopt. 

De sleutel van een ontmoeting met God en een ontmoeting met je naaste is om op de weg die je gaat, met elkaar mee te lopen, te leren over hoe God zichtbaar wordt maar bovenal te delen in het mens-zijn. Dan zullen we in elkaar de liefde van God herkennen en dan zullen we weten dat Jezus altijd met ons mee loopt.    
Amen.

Overweging 17 juli 2016 (16e zondag door het jaar C)

Overweging door Bas van Dijk

Broeders en zusters,
Wellicht kunt nadat  u hebt naar de eerste lezing geluisterd, zich kunt u van dit tafereeltje een voorstelling maken: “In die dagen trok de grote stoet Vierdaagse lopers voorbij aan enkele parochianen nabij de kerk van H. Paschalis Baylon in de Woezik, terwijl zij op het heetst van de dag bij de inrit van de pastorie zaten. Ineens zagen zij plotseling drie pastores uit de parochie voor zich staan. Meteen lieten zij de klok luiden". Zij begroetten hen en zeiden: “Wees zo welwillend, ons niet voorbij te gaan. En drink met ons even koffie of thee en praat even met ons”. Zij zeiden: “Heel graag”.
  
Misschien herkent u een tafereeltje als dit en staat uzelf ook langs de kant om te kijken. Wellicht lopen ook van u bekenden in de Vierdaagse mee. Die bekenden zullen het op hun beurt misschien wel leuk vinden dat u langs de kant staat. Wellicht vinden ze er aanmoediging in, een stukje kracht om weer met de tocht verder te gaan. Zo ontstaat er iets van ontmoeting.

Net als Abraham gaat het vooral om een ontmoeting. Bij hem komt de ontmoeting tot stand door een solidariteit: hij voelt wat de reiziger in een woestijn doormaakt. Door ont-haal komt de reiziger weer op ver-haal.

De sfeer van een volksfestijn als de Vierdaagse maakt mensen open voor wat de wandelaars door maken. En nee ze staan misschien niet meteen klaar met koeken en soepen, maar ze bemoedigen de lopers met hun aanwezigheid langs de kant. En bij de intocht geven zij hen zelfs met hun applaus de eer die hen toekomt. Samen delen ze de vreugde om de voltooide Vierdaagse.

Om ontmoeting gaat het vandaag ook bij Jezus, Martha en Maria. Martha wil Jezus graag gastvrij ontmoeten door heel actief voor een goede ontvangst te zorgen. Ze vindt dat haar zus haar daarin te weinig helpt. Jezus ziet dat anders. Hij signaleert de ontmoeting die Maria met Hem wil hebben; zij wil luisteren naar Jezus te vertellen heeft.

Die aandacht, een open oor, een open hart is misschien wel het  Jezus het beste deel noemt. Maar daarmee mag de openhand van Martha niet minder zijn. Haar bedrijvigheid, net die van Abraham en alle bedrijvigheid om de Vierdaagse mogelijk te maken zijn evangelisch waardevol. Het is als het ware de buitenkant van de gastvrijheid. Het is de gastvrije hand. Maar een gastvrije hand is er niet zonder een gastvrij hart en een gastvrij oor. Dat is de binnenkant van de gastvrijheid.

Komende woensdag zullen u en ik zich wellicht langs de kant van de weg bevinden. Vele Vierdaagse lopers zullen aan ons voorbij lopen. Laten we proberen figuurlijk met hen mee te wandelen. En misschien trekt op die manier ongezien God met hen mee.
Amen.

******************************************************************************

De overweging is gemaakt tegen de achtergrond van de lezingen die deze zondag werden voor gelezen en de actualiteit van deze zondag en van komende week.

EERSTE LEZING (GENESIS 18, 1-10).
In die dagen verscheen de Heer aan Abraham bij de eik van Mamre, terwijl hij op het heetst van de dag bij de ingang van zijn tent zat. Hij sloeg zijn ogen op en zag plotseling drie mannen voor zich staan. Meteen liep hij van de ingang van zijn tent naar hen toe. Hij boog diep voor hen en zei: “Wees zo welwillend, heer, uw dienaar niet voorbij te gaan. Ik zal water brengen; was uw voeten en rust hier onder de boom. Ik zal brood voor u halen om u te sterken voor uw verdere reis; gij zijt niet voor niets bij uw dienaar langs gekomen.” Zij zeiden: “Heel graag.” Abraham ging haastig de tent in naar Sara en zei: “Neem gauw drie maten fijn meel, kneed het en bak er koeken van.” Daarna liep Abraham naar de kudde, zocht een lekker mals kalf uit en gaf het aan zijn knecht om het snel klaar te maken. Toen bracht hij hun kaas en melk, en het kalf dat hij had laten toebereiden, en zette hun dat alles voor. Terwijl zij aten, bleef hij bij hen staan, onder de boom. Toen vroegen ze hem: “Waar is Sara, uw vrouw?” Abraham antwoordde: “Daar in de tent.” Toen zei de bezoeker: “Over een jaar kom ik weer bij u terug; dan zal Sara, uw vrouw een zoon. hebben.”

EVANGELIE (LUCAS 10, 38-42)
In die tijd kwam Jezus in een dorp, en een vrouw die Marta heette, ontving Hem in haar woning. Ze had een zuster, Maria die - gezeten aan de voeten van de Heer - luisterde naar zijn woorden. Marta werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen, maar ze kwam er een ogenblik bij staan en zei: “Heer, laat het u onverschillig dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dan, dat ze mij moet helpen.” De Heer gaf haar ten antwoord: “Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en het zal haar niet ontnomen worden.”

Barmhartigheid van de ontmoeting

Ziekendag 8 april 2016: ‘Barmhartigheid van de ontmoeting’
Evangelie vlg. Marcus 1, genezing van een melaatse

Overweging door Annemarie Gooiker

Inleiding
Beste medegelovigen,
Welkom u allen hier samen in de Emmanuelkerk voor de jaarlijkse ziekendag. Van waar u ook komt, wie u ook bent, voel u thuis hier in de herberg, zoals deze kerk al 40 jaar present wil zijn voor mensen. Emmanuel: zo kunnen wij Jezus ook noemen. Het betekent ‘God met ons’. Daar waar liefde is tussen mensen, vrede en vriendschap, daar is God. Daar waar mensen elkaar echt zien en ontmoeten, daar is God. Dat vraagt van ons het hart open te stellen, voor de ander en de Ander met een hoofdletter. Daarom is het thema van deze dag: Barmhartigheid van de ontmoeting. Ik wens ons een mooie viering en fijne dag toe.

Overweging
Een hart, waaruit bloemen groeien, een hart dat open bloeit, het is het symbool van deze jaarlijkse ziekendag. Het hart, dat open bloeit, is een gelukkig hart, een vrij hart, een vredevol hart, en dus een mens die in balans is. Maar we weten allemaal, dat het hart er ook heel anders aan toe kan zijn. Denk maar eens aan het hart dat op slot zit, het hart waar een steen op ligt of een gebroken hart.
Dit jaar is uitgeroepen door de Paus tot jaar van de barmhartigheid. Het hart moet blijkbaar in de schijnwerpers gezet worden. Het hart van mensen heeft blijkbaar extra aandacht en zorg nodig. We kunnen het zo goed hebben met elkaar, en zeker weten hebben we die ervaringen gelukkig ook, maar we zijn ons ook zeer bewust van de keren, dat het goed mis gaat: in onze eigen kringen, maar ook op Europees en wereldlijk niveau. Je hart openen en delen van je liefde en vriendschap, je hart openen en samen tot bloei komen en gelukkig zijn, is een ideaal, waar we in geloven, maar de balans is nog vaak ver te zoeken.
Toch moeten we niet moedeloos worden. Dan zeggen we meestal: begin bij jezelf, begin in het klein, begin hier, vandaag en nu. Wij zijn hier met elkaar samen gekomen om ons hart te openen en te delen van wat er in je hart omgaat.
Deel dat hier met elkaar of als je niet zo’n prater bent, deel het met God. Zijn heilig hart is een barmhartig hart, het staat altijd open. Hoe is het gesteld met jouw hart? Welke beproevingen draag jij met je mee? Wat maakt, dat je hart misschien wat dor voelt, wat stil en klein, verdrietig misschien? Of wat maakt dat je hart overloopt van vreugde, vol hoop is en vertrouwen?
Open je hart en deel en het zal tot bloei komen. Jezus deed het ook. Hij opende zijn hart en liet zich raken door het verdriet, door de ziekte, door de noden van mensen die Hij ontmoette. Maar al te vaak zijn het de zieke mensen, die over het hoofd gezien worden of die de dupe worden van allerlei bezuinigingen. In de tijd van Jezus schreef de wet van Mozes  voor dat mensen met Lepra uit de stad verbannen moesten worden naar verlaten plaatsen, verstoten. Was je ziek dan werd je gestraft met verstoting, uitsluiting en eenzaamheid. Deze wet had tot doel de gezonden te beschermen. Nog altijd worden mensen buitengesloten met het doel de eigen ‘gezonde’ mensen te beschermen. Denk maar aan al die vluchtelingen, voor wie hele muren van prikkeldraad opgetrokken zijn, om ze maar buiten te houden. Ik denk aan de staat van hun hart. Maar ik stel me ook de vraag: hoe is het met het hart gesteld van hen die buitensluiten? Met hen, die zich vastklampen aan allerlei regels en wetten, formulieren en maar al te vaak de mens zelf niet meer zien, niet meer aanraken, niet luisteren naar hun hart. Barmhartigheid vraagt om ontmoeting, niet om regelgeving.
Het voorbeeld is ons vandaag gegeven in het Bijbelverhaal. Jezus handelde naar de barmhartigheid van de ontmoeting en volgde de wet van de liefde. Hij ging naar de melaatse toe, naar de mens waar anderen bang voor waren, raakte hem aan en nam hem op die manier weer op in de samenleving. Het gaat hier om de genezing van het hart, heel worden als mens met al je gebreken, lichamelijk en geestelijk. Het gaat om je deel voelen van allen en alles en niet dat je erbuiten staat. En dat bereik je als je elkaar in liefde werkelijk ontmoet. En dat wil toch elk mens?

Het is geen wonder dat er een jaar van barmhartigheid moest komen. De taal van het hart dient vaker en duidelijker gesproken te gaan worden. Laten we er hier vandaag bewust aan werken. Open je hart en deel, ontmoet elkaar, hier in de viering en straks in het Achterom. Ik wens, ook namens de ziekenbezoekgroepen van de parochie, dat uw hart vandaag een beetje tot bloei mag komen en dat u straks met een warm gevoel naar huis gaat. En al is het niet altijd gemakkelijk, Jezus zal ons helpen. Want daar waar liefde is, daar is God. Amen.

Overweging 12 juni 2016

Overweging door Marieke Drent

Als ik een steen in het water gooi dan is er eerst alleen een plons maar vanuit daar ontstaat energie. Die zich als rimpels in het water naar buiten bewegen in een steeds grotere cirkel.
Alles wordt erdoor aangeraakt. Maar om die steen te zijn wordt er veel van ons gevraagd. We moeten in het diepe springen, een verandering te weeg brengen. Wat vraagt dit van ons?
Mahatma Ghandi zei het volgende: Alle tendensen die zichtbaar zijn in de uiterlijke wereld zijn vindbaar in de wereld van ons lichaam. Als iemand zijn eigen houding veranderd dan veranderd de houding van de wereld ook en spiegelt zich naar hem. Dat is de Goddelijke mysterie op zijn best.

Gods Woord, zo lezen we in de eerste lezing, bracht alles op gang. De gehele schepping is een weerspiegeling van Zijn gelaat en wij zijn aan elkaar verbonden. We leven in een onderlinge afhankelijkheid.
Ik weet dat ik de bomen nodig heb om zuurstof te krijgen. Ik sterf, zodra er geen water is om te drinken of voedsel om te eten.
Paus Franciscus roept ons op om zorg te dragen voor het gemeenschappelijke huis, de aarde, de schepping maar ook al wat daarin leeft.
De heilige sint Franciscus van Assisi benoemd dat we allen broeders en zusters van elkaar zijn.
Dit vraagt ons om bewust om ons heen te kijken en alles en iedereen in ogenschouw te nemen, beseffende dat we elkaar nodig hebben.

Wij moeten iets aan onze houding veranderen dan veranderd de wereld met ons mee zegt Ghandi. Dat vraagt van ons dus een bewustwording.
Het evangelie laat ons deze belangrijkheid zien. Jezus zegt tegen de Farizeeër, “alles wat u mij hoorde te geven kreeg ik niet van u, maar van deze vrouw waarover u nu oordeelt”. “Ze heeft inderdaad een verleden maar ze toont mij liefde en zorg.”
De vrouw heeft respect voor de weg die Jezus gaat en vertrouwd erop dat ze mag zijn wie ze is bij hem. Ze kon liefde geven in het vertrouwen dat ze ook liefde mocht ontvangen. Dit samenspel van zien en gezien worden maken deze wereld tot een bewoonbaar huis.

De wereld een bewoonbaar huis laten zijn dat is wat God van ons vraagt. Een huis is bewoonbaar als deze op een goed fundament is gebouwd en als je een dak hebt, water elektriciteit etc. Dat is een minimale opsomming van alle uiterlijke benodigdheden. Maar een huis is bewoonbaar als je je veilig voelt en welkom. Als je met je eigen talenten gezien wordt. De zorg voor het bewoonbare huis is zorg voor het huis waar we letterlijk in wonen, de schepping waar we in leven. Maar is ook ons lichaam, deze moeten we bewoonbaar maken voor onze ziel, ons zelf!

Wat word er nu concreet van ons verwacht in de zorg voor het gezamenlijke huis. Dat gaan we even tekenen.

Waar sta ik voor? Het fundament:
Als je je bewust wordt van de omgeving dan bouw je je huis op goede grond. Bewustwording is de eerste stap. Bewustwording is Zien.
Zien en gezien worden is het fundament om op te bouwen. Een kleine verandering in je denken en handelen kan een grote verandering voor de ander zijn. Onlangs was er een man die mij zijn verhaal vertelde, hij was emotioneel en diep in zijn ziel gekwetst door zijn omgeving. Een God gewijde man die hoopte mee te werken aan de bouw van een gastvrije kerk. Maar hij had het gevoel dat zijn omgeving het alleen maar afbrak. Het enige wat ik hoefde te doen was vertellen dat hij gehoord werd en zijn verdriet werd gezien. En dat het ook gehoord en gezien werd door de mensen die er wat aan konden veranderen. Gezien en gehoord worden is ontzettend belangrijk.

Wie ben ik, (huis):
Een bezinning op eigen handelen maakt dat wij worden wie wij zijn. Ik denk af en toe in onmogelijkheden. Dan laat ik mij leiden door mijn eigen onzekerheden. Als ik ergens onzeker over ben dan houdt ik vast aan datgene waar ik geen invloed op heb. Daarin blijven hangen staat mij in de weg! Dan kan ik niet meer omarmen wie ik ben, net zoals de vrouw uit de evangelie omarmde wie ze was, met al haar tekortkomingen. Ik heb een innerlijke geestkracht die mij verbind met God. Als ik dichtbij mijzelf blijf dan komt mijn kracht naar buiten. Dan pas kan ik de liefde die ik ervaar vanuit die geestkracht doorgeven.

Hoe breng ik het over (bekleding en deur):
Nu kun je het uitdragen. Je huis is open voor de ander gezellig en leefbaar. Je ziet je eigen tekortkomingen maar laat zien dat je ondanks alles de liefde wil uitdragen. Je weet dat je een taak hebt gekregen in de wereld en dat je anderen nodig hebt om je daarbij tot steun te zijn. Je geeft de ander wat ze vragen en daardoor krijg jij op jouw beurt terug wat jij nodig hebt.

Er is een innerlijke omkeer is nodig om bewust te worden van onze omgeving. De zorg voor je eigen huis maakt dat de zorg voor het gezamenlijke huis makkelijker wordt. Doordat we bewuster zijn van onze omgeving en weten dat we elkaar nodig hebben.
Ik heb mogen ervaren dat de liefde van God zichtbaar is in de gehele schepping.
Ik kan me dus bekleden met Gods liefde omdat ik er dagelijks in leef.

Overweging Allerzielen 2015

Allerzielen 2015

Overweging door Annemarie Gooiker

Twee jaar geleden begeleidde ik een gezin toen het 6-jarige zoontje overleden was. Al vanaf zijn geboorte was hij ziek geweest, hij kon niet op een gewone school, kreeg les daar waar hij in het ziekenhuis lag, het was ook daar, dat hij lol maakte met medepatiëntjes, hen aan het lachen maken, de clown uithangen, muziek maken op de wii-computer, gitaar en drum. Deze jongen had een kettinkje om zijn hals met een kruisje. En soms hield hij het kruisje vast en zei dan: ‘Ik heb een vader in de hemel’. Toen hij erg ziek werd, zei hij: ‘als ik dood ga zal ik jullie een teken geven, dat alles goed met me gaat’. Zo stonden we hier na zijn afscheidsdienst op het kerkhof met zijn kistje boven het graf. En het gebeurde, dat er aan de hemel een regenboog verscheen. Teken van hoop, teken van ‘het gaat goed met me’.
Zo gaf deze jongen mij de inspiratie voor vanavond. Want ik wil u graag wat meegeven, voor na deze viering, voor straks als je weer naar huis gaat, als de dagen gewoon weer verder gaan, zonder uw dierbare overledene. Een stukje troost, een beetje kracht, wat hoop op licht in de duisternis. Want donker kan het zeker zijn als je rouwt om een verlies. Een teken aan de hemel, de regenboog, of een kaarsvlammetje kan dan een beetje licht brengen. En heel even kun je dan misschien geloven, dat God ons niet loslaat, niet in dit leven en niet in de dood.
Als we afscheid moeten nemen van onze geliefden, van vader of moeder, zoon of dochter, broer of zus, je partner, dan komt de dood ineens dicht bij onszelf. We raken aan de rand van ons leven, een rand waar we niet overheen kunnen kijken zonder te duizelen en onszelf te verliezen. Toch – zo is de ervaring van velen- zijn onze overledenen er op de een of andere manier. Wij blijven verbondenheid voelen met hen, ervaren dankbaarheid om wat ze ons hebben gegeven, om de vele herinneringen. We horen ze spreken en voelen hoe ze hun wijsheid en levenservaring als een kostbare erfenis hebben achtergelaten. We zien zonder moeite hun oogopslag, ervaren af en toe een steuntje in de rug. Ze leven voort in onze gedachten, in ons hart, ze zitten om zo te zeggen in ons systeem.
Maar ons geloof gaat nog verder. Dat zegt dat ze niet alleen in ons systeem zitten, ze leven niet alleen verder omdat wij aan hen denken, maar ze leven bij God, in God. We geloven, dat niet het lijden, het verdriet, de dood het laatste woord hebben, maar Gods liefde.
In het Bijbelverhaal van vandaag horen we Martha de taal van het geloof spreken. In eerste instantie klinkt het wat verwijtend naar Jezus toe: ‘Als U hier geweest was, zou mijn broer niet gestorven zijn’. Maar dan gaat ze verder: ‘ik geloof in U en weet dat U mijn broer opnieuw leven laat’. Met Martha mogen ook wij onze vragen en onze moeite om te geloven uitspreken. We sterven als ieder ander, en toch zullen we eeuwig leven. Dat klinkt ongelooflijk, maar het is zo. Jezus wekt vertrouwen bij Martha. Voor wie kan geloven is de dood een andere geboorte. Ook wij mogen op Hem vertrouwen. Het is geen kwestie van weten, maar een kwestie van geloven. Alhoewel: soms verschijnt er een teken, waar je niet omheen kan en dan weet je het zeker. God is liefde, Hij houdt ons leven in zijn hand. Wij zullen nooit van zijn liefde gescheiden worden, niet in ons leven, niet in ons sterven. En nog hoor ik het jongetje zeggen: ’Ik heb een vader in de hemel’. Amen.