Wel of niet kniezen en zeuren?

Wel of niet kniezen en zeuren?, dat is de vraag. Net als de meeste mensen heb ik geen moeite om te bedenken wat mij dwars zit. Zorgen maken zichzelf – ook als het mij eigenlijk best goed gaat. Er is altijd ‘wel wat te mauwen’. En dat is nog heel menselijk ook, denk ik.

Eens per jaar zijn er in vanouds katholieke streken een paar dagen anders. Ze nodigen uit om die zorgen voor even opzij te zetten en met elkaar feest te maken met wat er allemaal wel is. Ze vallen vlak voor de jaarlijkse tijd van soberheid en inkeer, de vastentijd van veertig dagen. Ik denk dat het tijdstip daarvan ook niet zomaar was, want tegen februari/maart waren in vroeger armere tijden de etensvoorraden in de kelder vast al ver geslonken. Vasten, zuinig doen, was dan ‘van nood een deugd maken’.

‘Vaarwel vlees’ (‘Care vale’) is het moment om het er nog even van te nemen, omdat je weet dat het voorlopig met minder moet. Ons geloof leert, dat ons leven met alles er op en eraan ons geschonken is en ook steeds weer wordt. Maar als iets je elke dag gegeven wordt, ga je gauw denken dat je er recht op hebt. Daarom is het – vooral als het me goed gaat – niet onverstandig om een tijd mezelf te testen, hoe het is met een beetje minder en of ik ook zonder kan. Dat kan me er ook van bewust maken hoe anderen het hebben die op alle kleintjes moeten letten. Misschien niet eens om me schuldig te voelen, maar meer om op te frissen, wat er allemaal aan goeds en moois is. En dat ik dat niet alleen voor mezelf heb, maar ook om te delen, voor anderen dus.

Wie een beetje rondkijkt en leest moet ook wel zien, dat wij met onze ene en onvervangbare wereld veel zorgvuldiger en soberder moeten omgaan. Onze Paus Franciscus helpt ons daarvan bewust te worden. Maar misschien doen dat ook wel kleine kinderen en hun kinderen, van wie wij de aarde mogen lenen.

Wat wordt het dit jaar voor Carnaval? Dansen op de vulkaan en doen alsof toch na ons de zondvloed zal komen? Of vieren we een wakker feest – ja ook met een paar glaasjes kan dat, lijkt me. En dat we dan daarin opnieuw deze twee oerervaringen mogen opdoen:

De ene, dat wij geen eenlingen zijn, maar als mensen bij elkaar horen, zomaar, zonder meer, ook hier aan beide kanten van de Maas.

De andere: dat de lente komt, dat we licht en adem hebben en elkaar, en eten dat goed smaakt, omdat we het samen delen.

Wel weet dat zo’n Carnaval (ook als je de feestneus niet echt opzet) helpt om van onze moderne nood een deugd te maken en bv. wat bewuster in onze omgang met natuur en hulpbronnen. Carne vale – een beetje minder vlees zal daarbij geen kwaad doen.

Of wat iemand zei: een mooie tijd om tegen wie je tegenkomt te zeggen: “Kan ik wat voor je betekenen?”

Diaken Hennie Witsiers.