Tussentijd

Een groot deel van onze tijd speelt zich af tussen twee gemarkeerde momenten. Die momenten zijn als afspraken in onze agenda’s opgeschreven of in onze geheugens gegrift als ‘to do’ of ‘not to forget’. Een groot deel van onze aandacht staat uit naar deze geoormerkte momenten door terug te kijken, letterlijk of in gedachten terugkerend naar wat er op de vorige gedenkwaardige  momenten is gebeurd en gezegd. Het verleden wordt ‘verteerd’: opbouwende ervaringen bouwen onze visie voor de toekomst mee op. Voor wat moeilijk was, krijgt de tijd de kans zijn (helende?) werk te doen. Voor velen geldt dat we eerder gericht zijn op wat komen gaat, dan op wat is geweest. Gespannen, of in ieder geval met een zekere nieuwsgierigheid kijken we verwachtingsvol uit naar het gemarkeerde moment dat komen gaat. Hoe zal het zijn? Wat zal het ons brengen? Worden we er beter van, of misschien slechter? Zal ik alleen staan? Of zijn er mensen die mij zullen omringen? Maar de tussentijd neemt verreweg het grootste deel van onze tijd in beslag. Niet meer...,  maar nog niet…

Een zelfde soort tussentijd toont zich tussen de feesten van Hemelvaart en Pinksteren. Dat geldt voor de theologie, maar zeker ook voor het maatschappelijk leven tussen Hemelvaart en Pinksteren.  Hoewel doorgaans omgekeerd ervaren lijkt in dit geval de theologie helderder dan het maatschappelijk verkeer. Waar Hemelvaart in de theologie, na Pasen, de tweede fase lijkt te zijn van het afscheid van Jezus, is Pinksteren de vervulling van de belofte: de gave van de Geest en de zending. Maatschappelijk is het karakter van de tussentijd tussen Hemelvaart en Pinksteren minder helder. Europese verkiezingen hebben plaatsgevonden, maar van de gevolgen ervan is het maar de vraag of het een vervulling van een (heilzame) belofte zal zijn. Op wereldniveau valt op dat christenen niet langer alleen als vredelievende idealisten worden gezien, maar in toenemende mate ook doelwit zijn van aanslagen (Pasen in Sri Lanka) en vervolging. En dichterbij: voor veel mensen is Hemelvaart een vrije dag ‘om leuke dingen te doen’ en lijkt Pinksteren de voorbereiding te zijn voor de excursie naar de bekende plaatsen als woonboulevards en autodealers. (Gelukkig heeft onze parochie een mooi alternatief in de vorm van de Kapellentocht en opluchtviering op de Bergharense Kapelberg.)

Tussentijden onttrekken zich aan onze greep en drang naar controle. We worden gevormd door het verleden en dat laat zijn sporen na. Het verleden heeft fundament om op voort te bouwen. Maar hoe dit precies zal uitpakken in de omstandigheden van de toekomst is niet duidelijk. Tussentijden zijn de tijd waarin ons werken en onze voorbereidende activiteit plaatsvinden. Maar niet duidelijk is hoe onze inspanningen en ideeën hun plek zullen krijgen in het geheel van de toekomst.

Feesten als Hemelvaart en Pinksteren kunnen ons leren te vertrouwen op de ruimte van de Geest. Niet als verlengstuk van individuele plannen, plannetjes en tijdspaden. Wel als belofte dat de schepper van deze wereld ons niet in de steek zal laten met als onderpand de manier waarop God zich in de geschiedenis werkzaam heeft getoond. Niet op onze manier dus, maar op Zijn manier. Niet op onze voorwaarden, maar eigenzinnig en vreemd in wat onverwacht en kwetsbaar is.

Tussentijden zijn daarom niet alleen tussendoortjes, maar vormen de hoofdgerechten van ons bestaan: onzekerheid gekruid met een ruime hoeveelheid belofte,  het voedsel dat ons gegeven werd door de mensen die ons verwachtingsvol zijn voorgegaan in tussentijden.

Martin Claes