Sterren

Enkele weken geleden reden wij weer eens richting het zuiden. Het was inmiddels bijna herfst en de dagen begonnen korter te worden. Terwijl de kilometers zich aan elkaar regen, veranderde voor onze ogen het landschap. Toen de ochtendmist langzaam plaats maakte voor de zon, viel het me voor het eerst op. De kleuren… Ze waren anders dan in andere jaren. Het was alsof er een storm over Europa was gegaan, een wervelwind die met de vaardige hand van een schilder de ene bij de andere kleur had gemengd: karmozijn, vermiljoen, oker, goud en geel… Telkens als de zon er met haar stralen langs streek, leken de tinten te veranderen.

De dagen gingen voorbij, maar het kleurenspel bleef me fascineren. Wie had dit bedacht? Welke kunstenaar hield het palet in handen waaruit zulke intense schakeringen door de wereld stroomden? Maar niet alleen de dagen stelden deze vraag. Ook de nachten spraken mij van een geheim dat groter was dan mensen kunnen dromen. Op de laatste avond in de bergen ging onverwacht een hemel open. Ik ging over een weg die ik al zo vaak gegaan was en probeerde in het aardedonker de juiste richting te bewaren. Toen bleef ik staan en keek omhoog. Ademloos… Een mantel van ontelbare sterren spreidde zich over het land en aan de hemel trok de Melkweg een sleep van lichtende lijnen. Ik werd stiller dan stil, tot het in mij begon te zingen van vreugde. Deze sterrenhemel vertelde over het geheim van de kunstenaar en over het geheim van ons leven.

Ik moest denken aan de hemel thuis, waaraan je met moeite nog sterren kunt ontwaren. Daar waar straatlantaarns en neonreclame hun licht hemelwaarts zenden, zien wij nauwelijks nog de werkelijkheid die zich achter hun oranje-roze gloed verbergt.  Ik wist dat die sterren nooit weg waren geweest maar nog even ontelbaar zijn als duizend jaar geleden. En toen was er ineens het vermoeden, dat ook die onzichtbare kunstenaar nog net zo aanwezig was als voorheen. Zou het zo kunnen zijn dat, door het lawaai en de nutteloze afleiding in ons moderne bestaan, de schildershand die ons eens het Christuskind uittekende als verlosser van deze wereld, voor de meeste mensen net zo onzichtbaar is geworden als de sterren in de nacht?

Laten we in deze tijd, waarin de dagen korter worden, opnieuw op zoek gaan naar de grond van ons bestaan. Laten we ons openen voor het Licht en laten we de moeite nemen om uit ons leven alles te verwijderen wat het zicht op de hemel ontneemt. Dan zullen ook wij misschien ontdekken dat er iemand is die altijd op ons wacht. Zelfs als wij het niet willen zien.

pastor Andreas Inderwisch